Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0229

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - VOORWERP

De klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis van 9 juli 2024 tot verlenging van een ordemaatregel waarbij aan klaagster scherpe voorwerpen worden ontnomen tot en met 9 augustus 2024.

De ordemaatregel luidt als volgt (eigen markering van de klachtencommissie): “Naar aanleiding van het advies van de medische dienst is het verder aangewezen om de scherpe voorwerpen te ontnemen vanaf 19/06/2024. Overwegende dat betrokkene in staat is zichzelf te verwonden. Overwegend dat de medische dienst het nog steeds aangewezen vindt dat er geen scherpe voorwerpen op cel worden gegeven. Betrokkene staat reeds onder verscherpt toezicht om de 30 minuten."

In de Basiswet wordt aan de directie de mogelijkheid gegeven om tijdelijk bepaalde voorwerpen van een gedetineerde af te nemen. De klachtencommissie wijst erop dat het ‘ontnemen of onthouden van voorwerpen’ mogelijk is als bijzondere veiligheidsmaatregel en dat de ‘ontzegging van bezit van bepaalde voorwerpen’ een tuchtsanctie is. Naar het oordeel van de klachtencommissie is de ordemaatregel dan ook een verdoken bijzondere veiligheidsmaatregel. De ordemaatregel is onwettig, omdat de wettelijke waarborgen die gelden voor bijzondere veiligheidsmaatregelen, niet worden nageleefd. Zo mogen bijzondere veiligheidsmaatregelen niet langer duren van zeven dagen en kunnen zij niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. De maatregel mag ook maar maximaal drie maal verlengd worden.

De klacht is daarom gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel van 9 juli 2024. De uitvoering van deze ordemaatregel, waarvoor geen enkele wettelijke basis bestaat, dient onmiddellijk te worden stopgezet.