KC05/24-0265
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Brugge
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – UITVOERING
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene kon niet door de MDP na de wandeling. Om uit te sluiten dat betrokkene verboden zaken bij zich zou hebben”. De klachtencommissie vindt de bestreden beslissing manifest onvoldoende gemotiveerd. Uit de beslissing blijkt niet welke individuele aanwijzingen er bestonden dat klager in het bezit zou geweest zijn van verboden voorwerpen of substanties en waarom een onderzoek aan zijn kledij niet had volstaan om dit na te gaan. Daarnaast was de fouillering ook niet subsidiair. Klager moest drie keer door de metaaldetectie met zijn pet op, terwijl hij na de eerste keer had aangegeven dat het zijn pet was die het signaal veroorzaakte. De klachtencommissie ziet niet in waarom klager niet zonder pet door de metaaldetectie kon. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht gaat over de uitvoering van de fouillering op het lichaam van klager. Klager stelt dat hij geen handdoek heeft gekregen. De directie beperkte zich in haar verweer tot de algemene stelling dat gedetineerden steeds een handdoek krijgen. Het is niet duidelijk of zij dit heeft nagevraagd bij de beambten. Door haar afwezigheid ter zitting kon dit ook niet worden bevraagd. De klachtencommissie acht het voldoende aangetoond dat klager geen handdoek heeft gekregen tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op zijn lichaam. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Betrokkene kon niet door de MDP na de wandeling. Om uit te sluiten dat betrokkene verboden zaken bij zich zou hebben”. De klachtencommissie vindt de bestreden beslissing manifest onvoldoende gemotiveerd. Uit de beslissing blijkt niet welke individuele aanwijzingen er bestonden dat klager in het bezit zou geweest zijn van verboden voorwerpen of substanties en waarom een onderzoek aan zijn kledij niet had volstaan om dit na te gaan. Daarnaast was de fouillering ook niet subsidiair. Klager moest drie keer door de metaaldetectie met zijn pet op, terwijl hij na de eerste keer had aangegeven dat het zijn pet was die het signaal veroorzaakte. De klachtencommissie ziet niet in waarom klager niet zonder pet door de metaaldetectie kon. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht gaat over de uitvoering van de fouillering op het lichaam van klager. Klager stelt dat hij geen handdoek heeft gekregen. De directie beperkte zich in haar verweer tot de algemene stelling dat gedetineerden steeds een handdoek krijgen. Het is niet duidelijk of zij dit heeft nagevraagd bij de beambten. Door haar afwezigheid ter zitting kon dit ook niet worden bevraagd. De klachtencommissie acht het voldoende aangetoond dat klager geen handdoek heeft gekregen tijdens de uitvoering van de fouillering op zijn lichaam. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.