TUCHT - MOTIVERING - MEDISCH
De klacht gaat over de beslissing van 20 september 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.
Het RAD van 17 september 2024 (feiten van 12u10) vormde de basis van de start van een tuchtprocedure ten aanzien van klager. In het tuchtdossier zit enerzijds nog een e-mail van de vermelde verpleegcoördinator (e-mail van 17 september 2024, 13u34) en anderzijds ook twee e-mails van de aanwezige verpleegster (de ene e-mail van 17 september 2024, 13u53 en de andere e-mail van 17 september 2024, 13u58). Klager werd op 18 september 2024 uitgenodigd voor de tuchtzitting van 20 september 2024. Klager werd effectief gehoord op deze tuchtzitting, met bijstand van zijn advocaat. Als ten laste gelegde feiten werden in herinnering gebracht: “verbale agressie tgo de dokter”.
In de bestreden tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van eerste categorie aangekruist, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Als tuchtrechtelijke feiten werden in aanmerking genomen “verbale agressie tgo de dokter”. Klager kreeg als sanctie één week ATV.
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat klager in zijn klachtenformulier heeft geschreven dat hij en zijn raadsman bepaalde documenten niet ontvangen zouden hebben. Hoewel klager in principe een kopie had moeten ontvangen van de bedoelde stukken van het tuchtdossier, stelt de klachtencommissie vast dat klager of zijn advocaat dit element niet op de tuchtzitting hebben opgeworpen. In het begin van de tuchtzitting stelde de advocaat van klager: “Ik weet er ook het fijne niet van, ik heb niet alle verslagen van de verpleging en dokters”. Uit het tuchtverslag blijkt echter niet dat klager of zijn advocaat effectief inzage zouden gevraagd hebben in deze stukken en/of nog een bijkomend vertrouwelijk overleg hebben gevraagd in het kader van deze informatie en dat de directie dit zou geweigerd hebben. De klachtencommissie acht het
zodoende niet aangetoond dat deze stukken bewust niet ter beschikking van klager en zijn raadsman zouden gesteld zijn. Er is op dit vlak geen onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid.
Wat betreft het schuldig achten en sanctioneren van klager voor de aangekruiste tuchtinbreuk van eerste categorie, vindt de klachtencommissie de tuchtbeslissing onvoldoende gemotiveerd. De klachtencommissie wijst erop dat er een verschil bestaat tussen de tuchtinbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden enerzijds en de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee anderzijds. De eerste is een tuchtinbreuk van tweede categorie en de tweede een inbreuk
van eerste categorie. Dit verschil is niet louter theoretisch, maar heeft ook belangrijke implicaties, zoals bijvoorbeeld op het vlak van de maximumgrenzen van de tuchtsancties.
Uit het RAD en de drie e-mails blijkt niet wat klager allemaal precies zou gezegd hebben. In het RAD
staat louter dat klager “in alle staten was en zich verbaal agressief gedroeg” en nog dat hij “zeer verbaal agressief en uit de hoogte (hautain)” deed. Klager zou gedreigd hebben om naar zijn advocaat en naar de pers te gaan en zou tegen de verpleegcoördinator gezegd hebben dat zij
misschien nog eens in de krant kon staan. In de e-mails wordt dan weer gewag gemaakt van het zich kwaad, hautain en verbaal agressief gedragen, “wat bedreigend overkwam” en het verbaal aanvallen van de arts.
Klager voerde aan dat zijn reactie een verklaring had, met name het feit dat hij al langer dan een jaar geplaagd wordt door een medische aandoening, die ernstige gevolgen heeft en waarvoor er maar geen oplossing gevonden wordt. In haar verweer en ook op de zitting van de
klachtencommissie stelde de directie dat zij begrip heeft voor deze situatie, maar dit niet rechtvaardigt dat klager zich agressief opstelt naar medisch personeel.
De klachtencommissie kan erin komen dat de directie klager schuldig achtte aan het beledigen van het medisch personeel. Dit blijkt duidelijk uit de RAD’s en de bijlagen en wordt op zich door klager niet betwist. De klachtencommissie acht het echter onvoldoende gemotiveerd waarom klager zich ook, gelet op de specifieke omstandigheden in dit dossier, schuldig zou hebben gemaakt aan de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Dit blijkt voor de klachtencommissie niet uit de motivering van de tuchtbeslissing, waar louter verwezen wordt naar het zich ‘agressief opstellen’ ten aanzien van het personeel. Verbale agressieimpliceert volgens de klachtencommissie niet onmiddellijk en automatisch dat ook iemands psychische integriteit werd aangetast. De wetgever heeft een onderscheid gemaakt tussen iemand beledigen en iemands fysieke integriteit aantasten (zie hoger). Waarom in dit dossier de ‘verbale agressie’ van klager gelijkgeschakeld werd met het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van het medisch personeel, werd niet gemotiveerd.
De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing van 20 september 2024 en stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Concreet worden de tuchtfeiten geherkwalificeerd tot een tuchtinbreuk van tweede
categorie. Zij wijst erop dat de sanctie van één week ATV behouden kan blijven voor de indeplaatsgestelde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
− de tuchtsanctie wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee voor feiten van ‘verbale agressie tgo de dokter’ van 1 week ATV vanaf 21/09/2024 t/m 27/09/2024, muv telefoon en videocall;
− wordt vervangen door:
− de tuchtsanctie wegens één tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden voor feiten van ‘verbale agressie tgo de dokter’ van 1 week ATV vanaf 21/09/2024 t/m 27/09/2024, muv telefoon en videocall.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van de tuchtinbreuk ook op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
De klacht gaat over de beslissing van 20 september 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.
Het RAD van 17 september 2024 (feiten van 12u10) vormde de basis van de start van een tuchtprocedure ten aanzien van klager. In het tuchtdossier zit enerzijds nog een e-mail van de vermelde verpleegcoördinator (e-mail van 17 september 2024, 13u34) en anderzijds ook twee e-mails van de aanwezige verpleegster (de ene e-mail van 17 september 2024, 13u53 en de andere e-mail van 17 september 2024, 13u58). Klager werd op 18 september 2024 uitgenodigd voor de tuchtzitting van 20 september 2024. Klager werd effectief gehoord op deze tuchtzitting, met bijstand van zijn advocaat. Als ten laste gelegde feiten werden in herinnering gebracht: “verbale agressie tgo de dokter”.
In de bestreden tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van eerste categorie aangekruist, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Als tuchtrechtelijke feiten werden in aanmerking genomen “verbale agressie tgo de dokter”. Klager kreeg als sanctie één week ATV.
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat klager in zijn klachtenformulier heeft geschreven dat hij en zijn raadsman bepaalde documenten niet ontvangen zouden hebben. Hoewel klager in principe een kopie had moeten ontvangen van de bedoelde stukken van het tuchtdossier, stelt de klachtencommissie vast dat klager of zijn advocaat dit element niet op de tuchtzitting hebben opgeworpen. In het begin van de tuchtzitting stelde de advocaat van klager: “Ik weet er ook het fijne niet van, ik heb niet alle verslagen van de verpleging en dokters”. Uit het tuchtverslag blijkt echter niet dat klager of zijn advocaat effectief inzage zouden gevraagd hebben in deze stukken en/of nog een bijkomend vertrouwelijk overleg hebben gevraagd in het kader van deze informatie en dat de directie dit zou geweigerd hebben. De klachtencommissie acht het
zodoende niet aangetoond dat deze stukken bewust niet ter beschikking van klager en zijn raadsman zouden gesteld zijn. Er is op dit vlak geen onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid.
Wat betreft het schuldig achten en sanctioneren van klager voor de aangekruiste tuchtinbreuk van eerste categorie, vindt de klachtencommissie de tuchtbeslissing onvoldoende gemotiveerd. De klachtencommissie wijst erop dat er een verschil bestaat tussen de tuchtinbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden enerzijds en de tuchtinbreuk van het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee anderzijds. De eerste is een tuchtinbreuk van tweede categorie en de tweede een inbreuk
van eerste categorie. Dit verschil is niet louter theoretisch, maar heeft ook belangrijke implicaties, zoals bijvoorbeeld op het vlak van de maximumgrenzen van de tuchtsancties.
Uit het RAD en de drie e-mails blijkt niet wat klager allemaal precies zou gezegd hebben. In het RAD
staat louter dat klager “in alle staten was en zich verbaal agressief gedroeg” en nog dat hij “zeer verbaal agressief en uit de hoogte (hautain)” deed. Klager zou gedreigd hebben om naar zijn advocaat en naar de pers te gaan en zou tegen de verpleegcoördinator gezegd hebben dat zij
misschien nog eens in de krant kon staan. In de e-mails wordt dan weer gewag gemaakt van het zich kwaad, hautain en verbaal agressief gedragen, “wat bedreigend overkwam” en het verbaal aanvallen van de arts.
Klager voerde aan dat zijn reactie een verklaring had, met name het feit dat hij al langer dan een jaar geplaagd wordt door een medische aandoening, die ernstige gevolgen heeft en waarvoor er maar geen oplossing gevonden wordt. In haar verweer en ook op de zitting van de
klachtencommissie stelde de directie dat zij begrip heeft voor deze situatie, maar dit niet rechtvaardigt dat klager zich agressief opstelt naar medisch personeel.
De klachtencommissie kan erin komen dat de directie klager schuldig achtte aan het beledigen van het medisch personeel. Dit blijkt duidelijk uit de RAD’s en de bijlagen en wordt op zich door klager niet betwist. De klachtencommissie acht het echter onvoldoende gemotiveerd waarom klager zich ook, gelet op de specifieke omstandigheden in dit dossier, schuldig zou hebben gemaakt aan de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. Dit blijkt voor de klachtencommissie niet uit de motivering van de tuchtbeslissing, waar louter verwezen wordt naar het zich ‘agressief opstellen’ ten aanzien van het personeel. Verbale agressieimpliceert volgens de klachtencommissie niet onmiddellijk en automatisch dat ook iemands psychische integriteit werd aangetast. De wetgever heeft een onderscheid gemaakt tussen iemand beledigen en iemands fysieke integriteit aantasten (zie hoger). Waarom in dit dossier de ‘verbale agressie’ van klager gelijkgeschakeld werd met het opzettelijk aantasten van de psychische integriteit van het medisch personeel, werd niet gemotiveerd.
De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing van 20 september 2024 en stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Concreet worden de tuchtfeiten geherkwalificeerd tot een tuchtinbreuk van tweede
categorie. Zij wijst erop dat de sanctie van één week ATV behouden kan blijven voor de indeplaatsgestelde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
− de tuchtsanctie wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee voor feiten van ‘verbale agressie tgo de dokter’ van 1 week ATV vanaf 21/09/2024 t/m 27/09/2024, muv telefoon en videocall;
− wordt vervangen door:
− de tuchtsanctie wegens één tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden voor feiten van ‘verbale agressie tgo de dokter’ van 1 week ATV vanaf 21/09/2024 t/m 27/09/2024, muv telefoon en videocall.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van de tuchtinbreuk ook op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/25-0233 opgestart