Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0314

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING

De klacht gaat over de beslissing van 20 september 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij ten aanzien van klager een tuchtsanctie werd opgelegd.

Op 18 september 2024 werd een RAD opgesteld (feiten van 10u30) op basis waarvan een tuchtprocedure ten aanzien van klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtzitting van 20 september 2024, zonder bijstand van een advocaat. Als ten laste gelegde feiten werden in herinnering gebracht: “negeren orders”. In de bestreden tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van tweede categorie aangekruist, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager werd gesanctioneerd met een berisping met inschrijving in het register voor tuchtsancties.

De klachtencommissie vindt de tuchtbeslissing onvoldoende gemotiveerd. In de beslissing wordt louter vermeld dat een berisping volstaat ten aanzien van “de gepleegde tuchtrechtelijke feiten” en
dat klager “geen gevolg geeft aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. De klachtencommissie wijst nog op Collectieve Brief nr. 124 van 6 september 2013 over het tuchtregime
van gedetineerden (p.18) waarin o.a. staat dat de motivering in rechte en in feite moet gebeuren en nauwkeurig en concreet moet zijn. De bovenvermelde motivering is geen motivering in rechte en in feite en is evenmin nauwkeurig en concreet. De klachtencommissie kan klager volgen waar hij stelt dat het, zelfs na het samenlezen van alle stukken van het tuchtdossier, onduidelijk is welk bevel van het personeelslid hij zou hebben genegeerd. Zoals omschreven in Collectieve Brief nr. 124 vereist een afdoende motivering een weergave van de concrete feiten die de directie in aanmerking heeft genomen.

In de bestreden tuchtbeslissing wordt geen enkel concreet feit vermeld dat als genegeerd bevel in aanmerking werd genomen. In haar verweer vermeldt de directie wel aan welk specifiek feit klager
schuldig werd geacht en waarvoor hij werd gesanctioneerd. Hij moest door de beambte ’s ochtends meermaals aangespoord worden om te starten met werken. Dat dit het specifieke genegeerde bevel
is, valt niet af te leiden uit de tuchtbeslissing, noch uit het samenlezen van alle stukken van het tuchtdossier. Deze vermelding achteraf, in het kader van een formele beklagprocedure, verandert
niets aan het feit dat de tuchtbeslissing onvoldoende werd gemotiveerd. De klacht is gegrond.