FOUILLE OP HET LICHAAM - VERBODEN VOORWERPEN - MOTIVERING
De klacht gaat over de beslissing van 4 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge tot fouillering op het lichaam van klager.
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam van klager van 4 oktober 2024 werd als volgt gemotiveerd:
“Na de les in het educatief centrum waren er twee scharen te kort. Betrokkene was aanwezig in de les. Het in bezit van scharen kan de veiligheid op de afdeling ernstig in gevaar brengen.
Om uit te sluiten dat betrokkene in het bezit zou zijn van de scharen en aangezien we niet met zekerheid kunnen uitsluiten dat de scharen signaal geven aan de MDP”.
De klachtencommissie kan erin komen dat de directie wenste te vermijden dat scharen – of delen daarvan – uit het educatief centrum in de cellen terecht kwamen. Dit zou onmiskenbaar de veiligheid
in de gevangenis of een specifieke afdeling daarvan in het gedrang kunnen brengen. De klachtencommissie dient echter vast te stellen dat uit de beslissing niet blijkt wat de precieze redenen waren waarom een fouillering op klagers lichaam de enige manier was om uit te sluiten dat klager in het bezit was van de gezochte voorwerpen. De directeur moet motiveren waarom een minder ingrijpende methode dan een fouillering op het lichaam (zoals bijvoorbeeld een onderzoek aan de kledij) niet volstaat. Gelet op de specificiteit van de verdwenen voorwerpen (twee scharen), blijkt voor de klachtencommissie uit de bestreden beslissing niet waarom in het geval van klager minder ingrijpende methodes niet hadden volstaan. Dat de scharen mogelijk geen signaal zouden geven aan een metaaldetectieportiek, vormt geen voldoende motivering. Zo blijkt uit debeslissing bijvoorbeeld niet waarom een onderzoek aan de kledij, al dan niet met behulp van een handscanapparaat, niet had volstaan om deze scharen te vinden. De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing van 4 oktober 2024.
De klacht gaat over de beslissing van 4 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge tot fouillering op het lichaam van klager.
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam van klager van 4 oktober 2024 werd als volgt gemotiveerd:
“Na de les in het educatief centrum waren er twee scharen te kort. Betrokkene was aanwezig in de les. Het in bezit van scharen kan de veiligheid op de afdeling ernstig in gevaar brengen.
Om uit te sluiten dat betrokkene in het bezit zou zijn van de scharen en aangezien we niet met zekerheid kunnen uitsluiten dat de scharen signaal geven aan de MDP”.
De klachtencommissie kan erin komen dat de directie wenste te vermijden dat scharen – of delen daarvan – uit het educatief centrum in de cellen terecht kwamen. Dit zou onmiskenbaar de veiligheid
in de gevangenis of een specifieke afdeling daarvan in het gedrang kunnen brengen. De klachtencommissie dient echter vast te stellen dat uit de beslissing niet blijkt wat de precieze redenen waren waarom een fouillering op klagers lichaam de enige manier was om uit te sluiten dat klager in het bezit was van de gezochte voorwerpen. De directeur moet motiveren waarom een minder ingrijpende methode dan een fouillering op het lichaam (zoals bijvoorbeeld een onderzoek aan de kledij) niet volstaat. Gelet op de specificiteit van de verdwenen voorwerpen (twee scharen), blijkt voor de klachtencommissie uit de bestreden beslissing niet waarom in het geval van klager minder ingrijpende methodes niet hadden volstaan. Dat de scharen mogelijk geen signaal zouden geven aan een metaaldetectieportiek, vormt geen voldoende motivering. Zo blijkt uit debeslissing bijvoorbeeld niet waarom een onderzoek aan de kledij, al dan niet met behulp van een handscanapparaat, niet had volstaan om deze scharen te vinden. De klacht is om deze reden gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing van 4 oktober 2024.