ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG
De klacht gaat over de beslissing van 3 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij klager via ordemaatregel werd afgezet van zijn werk.
Klager werd afgezet van zijn werk via ordemaatregel van 3 oktober 2024. De klachtencommissie vindt de bestreden ordemaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk. In het dossier van de directie zijn de vier meldingsverslagen voorhanden waarvan sprake in haar verweer (meldingsverslagen van 22 juni 2024, 24 september 2024, 25 september 2024 en 3 oktober 2024). Op het eerste meldingsverslag (22 juni 2024) werd met de hand genoteerd dat klager op 30 juni 2024 op rapport bij de directie werd hij gezien en hij door haar werd verwittigd. Dit komt ook
terug in (de motivering van) de ordemaatregel. Klager werd zodoende niet zomaar na een eerste vastgestelde fout in de uitvoering van zijn werk ontslagen.
Naar aanleiding van drie nieuwe meldingsverslagen, die op enkele dagen tijd van elkaar en een drietal maanden na het eerste meldingsverslag volgden, werd klager ontslagen. In de meldingsverslagen wordt vermeld dat klager zijn werk als sectiediender niet naar behoren uitvoert.
Ook dit element komt aan bod in (de motivering van) de ordemaatregel. Dat de directie klager heeft afgezet van zijn werk op basis van de informatie die voortkwam uit de meldingsverslagen, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. De ordemaatregel werd ook voldoende gemotiveerd. De klacht is niet gegrond. De bestreden ordemaatregel van 3 oktober 2024 blijft bestaan.
De klacht gaat over de beslissing van 3 oktober 2024 van de directie van de gevangenis van Brugge waarbij klager via ordemaatregel werd afgezet van zijn werk.
Klager werd afgezet van zijn werk via ordemaatregel van 3 oktober 2024. De klachtencommissie vindt de bestreden ordemaatregel niet onwettig, onredelijk of onbillijk. In het dossier van de directie zijn de vier meldingsverslagen voorhanden waarvan sprake in haar verweer (meldingsverslagen van 22 juni 2024, 24 september 2024, 25 september 2024 en 3 oktober 2024). Op het eerste meldingsverslag (22 juni 2024) werd met de hand genoteerd dat klager op 30 juni 2024 op rapport bij de directie werd hij gezien en hij door haar werd verwittigd. Dit komt ook
terug in (de motivering van) de ordemaatregel. Klager werd zodoende niet zomaar na een eerste vastgestelde fout in de uitvoering van zijn werk ontslagen.
Naar aanleiding van drie nieuwe meldingsverslagen, die op enkele dagen tijd van elkaar en een drietal maanden na het eerste meldingsverslag volgden, werd klager ontslagen. In de meldingsverslagen wordt vermeld dat klager zijn werk als sectiediender niet naar behoren uitvoert.
Ook dit element komt aan bod in (de motivering van) de ordemaatregel. Dat de directie klager heeft afgezet van zijn werk op basis van de informatie die voortkwam uit de meldingsverslagen, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. De ordemaatregel werd ook voldoende gemotiveerd. De klacht is niet gegrond. De bestreden ordemaatregel van 3 oktober 2024 blijft bestaan.