Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0367

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING - CAMERABEELDEN - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT - VERMOEDEN VAN ONSCHULD

In het dossier is een RAD van 25 oktober 2024 voorhanden, op basis waarvan een tuchtprocedure ten aanzien van klager werd ingesteld. Hierin wordt beschreven hoe klager twee keer weigerde om binnen te komen van de wandeling, na hiertoe door beambten te zijn aangespoord. Klager bleef op de wandeling en vormde een groep met andere gedetineerden die buiten bleven. Klager werd onder een voorlopige maatregel geplaatst (beslissing waartegen hij geen klacht heeft ingediend).

In de bestreden tuchtbeslissing werden twee tuchtinbreuken van eerste categorie aangekruist, zijnde enerzijds de opzettelijke aantasting van de orde en anderzijds het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde ernstig in gevaar brengen. Er werd daarnaast nog één inbreuk van tweede categorie aangekruist, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel. Klager kreeg als sanctie tien dagen ATV.

Dit gezegd zijnde, wijst de klachtencommissie er wel op dat klager op de tuchtzitting heeft gevraagd om de camerabeelden te bekijken. Uit deze beelden had volgens klager gebleken dat hij naar binnen wilde gaan, maar dit niet meer mocht. De klachtencommissie stelt vast dat het aan de directie toekwam om aan zorgvuldige feitenvinding te doen. Zij diende in het licht hiervan te beoordelen of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig achtte. De klachtencommissie stelt vast dat noch uit het verslag van de tuchtzitting noch uit de tuchtbeslissing blijkt of de directie de camerabeelden heeft bekeken en, indien niet, waarom zij het bekijken van de beelden in dit dossier niet nuttig achtte in het kader van de waarheidsvinding. Dit wordt nergens gemotiveerd.
De klacht is om deze reden gegrond.