TUCHT
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voeren klager en haar advocaat aan dat het ging om een privégesprek. De uitingen werden niet gedaan t.a.v. de cipiers.
De klachtencommissie buigt zich over de vraag of de directie deze feiten ook als tuchtrechtelijke feiten kon beschouwen, daar de uitspraak niet rechtstreeks werd geuit tegen de betrokken persoon. De basiswet vult de tuchtinbreuk van beledigingen niet nader in. De beslissende factor hier was dus de vraag of de beledigde perso(o)n(en) weet had(den) van de beledigingen en hierdoor dus beledigd was. Deze logica volgende, blijkt in casu duidelijk dat de beambte in kwestie weet had van de beledigingen en hierdoor beledigd was. Hoewel het ging een privégesprek betrof, bevond klager zich op een meer publieke plaats in de gevangenis – op de gang –, met de betrokken beambte op gehoorafstand. Zij had dus moeten weten dat de beambte haar uitlatingen zou horen wanneer zij deze deed. Volgens de klachtencommissie kon klager dan ook schuldig worden geacht aan de tuchtinbreuk. Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van één week ATV, met uitzondering van telefoon en webex.
De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting voeren klager en haar advocaat aan dat het ging om een privégesprek. De uitingen werden niet gedaan t.a.v. de cipiers.
De klachtencommissie buigt zich over de vraag of de directie deze feiten ook als tuchtrechtelijke feiten kon beschouwen, daar de uitspraak niet rechtstreeks werd geuit tegen de betrokken persoon. De basiswet vult de tuchtinbreuk van beledigingen niet nader in. De beslissende factor hier was dus de vraag of de beledigde perso(o)n(en) weet had(den) van de beledigingen en hierdoor dus beledigd was. Deze logica volgende, blijkt in casu duidelijk dat de beambte in kwestie weet had van de beledigingen en hierdoor beledigd was. Hoewel het ging een privégesprek betrof, bevond klager zich op een meer publieke plaats in de gevangenis – op de gang –, met de betrokken beambte op gehoorafstand. Zij had dus moeten weten dat de beambte haar uitlatingen zou horen wanneer zij deze deed. Volgens de klachtencommissie kon klager dan ook schuldig worden geacht aan de tuchtinbreuk. Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van één week ATV, met uitzondering van telefoon en webex.
De klacht is ongegrond.