KC05/25-0170
Ongegrond
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
VRIJE TIJD
De klacht gaat over de situatie dat klager tweemaal niet heeft kunnen wandelen, tweemaal niet heeft kunnen douchen en het fitnessmoment en het bibliotheekbezoek werden afgeschaft in de gevangenis van Brugge.
- Wat betreft de wandelingen
De directie stelt in haar verweer dat bepaalde activiteiten in de week van 26 mei 2025 niet konden doorgaan omwille van elektriciteitsproblemen. Doordat de veiligheid niet kon worden gewaarborgd, werd de wandeling van klager geannuleerd.
De klachtencommissie heeft begrip voor de situatie waarin de directie verkeerde, en begrijpt dat het in bepaalde onvoorziene omstandigheden nodig is om sommige regimeaspecten in te perken. Doch meent zij dat het recht op een dagelijkse wandeling een fundamenteel karakter heeft, waardoor de directie proactief een moment had moeten aanbieden om de geannuleerde wandelingen te compenseren. Uit het dossier blijkt dat de directie dit niet heeft aangeboden, terwijl niets erop wijst dat een inhaalmoment – in groep of individueel - niet kon worden georganiseerd.
De eerste klacht is om deze reden gegrond.
- Wat betreft de fitnessmomenten
Klager is in de week van 26 mei 2025 niet kunnen gaan fitnessen omdat de directie de fitnessmomenten heeft geannuleerd wegens elektriciteitsproblemen. Hoewel de klachtencommissie betreurt dat klager hierdoor niet is kunnen gaan fitnessen, is zij van oordeel dat het geen onwettige, onredelijke of onbillijke beslissing was om bepaalde regimeactiviteiten (zoals de fitness) in te perken. Uit het relaas van klager blijkt bovendien niet dat klagers recht op minstens twee uren lichamelijke oefeningen en sport per week geschonden zouden zijn door de annulering van deze activiteit.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Wat betreft de douchemomenten
Klager stelt dat hij tweemaal niet heeft kunnen douchen in de week van 26 mei 2025. Uit het relaas van klager blijkt echter niet dat hij niet in staat werd gesteld om in zijn lichamelijke hygiëne te voorzien, bijvoorbeeld in zijn eigen cel. Hoewel het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorziet dat een gedetineerde dagelijks kan douchen, wordt dit in de Basiswet niet bepaald. Het is volgens de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie verzuimde om in maatregelen te voorzien zodat klager in de daaropvolgende periode deze douchemomenten kon compenseren. Bovendien blijkt uit klagers relaas dat hij de directie hierover niet heeft aangesproken, waardoor zij ook niet in de mogelijkheid werd gesteld om aan klager, bijvoorbeeld, een nieuw douchemoment voor te stellen.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Wat betreft het bibliotheekbezoek
De klachtencommissie meent dat het afschaffen van een bibliotheekbezoek omwille van bepaalde omstandigheden (zoals personeelstekort of elektriciteitsproblemen die impact hebben op de hele werking van de gevangenis), op zich geen onredelijke beslissing is. Bovendien blijkt uit klagers relaas dat hij de directie hierover niet heeft aangesproken, waardoor zij ook niet in de mogelijkheid werd gesteld om aan klager, bijvoorbeeld, een nieuw bibliotheekbezoek voor te stellen.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht gaat over de situatie dat klager tweemaal niet heeft kunnen wandelen, tweemaal niet heeft kunnen douchen en het fitnessmoment en het bibliotheekbezoek werden afgeschaft in de gevangenis van Brugge.
- Wat betreft de wandelingen
De directie stelt in haar verweer dat bepaalde activiteiten in de week van 26 mei 2025 niet konden doorgaan omwille van elektriciteitsproblemen. Doordat de veiligheid niet kon worden gewaarborgd, werd de wandeling van klager geannuleerd.
De klachtencommissie heeft begrip voor de situatie waarin de directie verkeerde, en begrijpt dat het in bepaalde onvoorziene omstandigheden nodig is om sommige regimeaspecten in te perken. Doch meent zij dat het recht op een dagelijkse wandeling een fundamenteel karakter heeft, waardoor de directie proactief een moment had moeten aanbieden om de geannuleerde wandelingen te compenseren. Uit het dossier blijkt dat de directie dit niet heeft aangeboden, terwijl niets erop wijst dat een inhaalmoment – in groep of individueel - niet kon worden georganiseerd.
De eerste klacht is om deze reden gegrond.
- Wat betreft de fitnessmomenten
Klager is in de week van 26 mei 2025 niet kunnen gaan fitnessen omdat de directie de fitnessmomenten heeft geannuleerd wegens elektriciteitsproblemen. Hoewel de klachtencommissie betreurt dat klager hierdoor niet is kunnen gaan fitnessen, is zij van oordeel dat het geen onwettige, onredelijke of onbillijke beslissing was om bepaalde regimeactiviteiten (zoals de fitness) in te perken. Uit het relaas van klager blijkt bovendien niet dat klagers recht op minstens twee uren lichamelijke oefeningen en sport per week geschonden zouden zijn door de annulering van deze activiteit.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Wat betreft de douchemomenten
Klager stelt dat hij tweemaal niet heeft kunnen douchen in de week van 26 mei 2025. Uit het relaas van klager blijkt echter niet dat hij niet in staat werd gesteld om in zijn lichamelijke hygiëne te voorzien, bijvoorbeeld in zijn eigen cel. Hoewel het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorziet dat een gedetineerde dagelijks kan douchen, wordt dit in de Basiswet niet bepaald. Het is volgens de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie verzuimde om in maatregelen te voorzien zodat klager in de daaropvolgende periode deze douchemomenten kon compenseren. Bovendien blijkt uit klagers relaas dat hij de directie hierover niet heeft aangesproken, waardoor zij ook niet in de mogelijkheid werd gesteld om aan klager, bijvoorbeeld, een nieuw douchemoment voor te stellen.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- Wat betreft het bibliotheekbezoek
De klachtencommissie meent dat het afschaffen van een bibliotheekbezoek omwille van bepaalde omstandigheden (zoals personeelstekort of elektriciteitsproblemen die impact hebben op de hele werking van de gevangenis), op zich geen onredelijke beslissing is. Bovendien blijkt uit klagers relaas dat hij de directie hierover niet heeft aangesproken, waardoor zij ook niet in de mogelijkheid werd gesteld om aan klager, bijvoorbeeld, een nieuw bibliotheekbezoek voor te stellen.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.