KC05/25-0174
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Overplaatsing
Tucht
TUCHT - OVERPLAATSING - BEVOEGDHEID
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager niet ontkent dat hij de feiten beging. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Klager pleegde een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste en tweede categorie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten. De klacht over de tuchtbeslissing is ongegrond.
De klacht over het niet uitvoeren van een transfer naar een andere gevangenis is niet-ontvankelijk. Een beslissing om een gedetineerde al dan niet over te plaatsen naar een andere gevangenis behoort niet tot de bevoegdheid van de gevangenisdirecteur, maar komt toe aan de onderzoeksrechter of de Directie Detentiebeheer (“DDB”) van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”).
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager niet ontkent dat hij de feiten beging. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Klager pleegde een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste en tweede categorie. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten. De klacht over de tuchtbeslissing is ongegrond.
De klacht over het niet uitvoeren van een transfer naar een andere gevangenis is niet-ontvankelijk. Een beslissing om een gedetineerde al dan niet over te plaatsen naar een andere gevangenis behoort niet tot de bevoegdheid van de gevangenisdirecteur, maar komt toe aan de onderzoeksrechter of de Directie Detentiebeheer (“DDB”) van het Directoraat-Generaal Penitentiaire Inrichtingen (“DG EPI”).