KC05/25-0200
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
TUCHT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - EXTERNE RECHTSPOSITIE
De klachten gaan over een tuchtbeslissing en de beslissing tot herroeping van zijn uitgaansvergunningen (hierna: ‘UV’s’).
- De tuchtbeslissing
Ten aanzien van klager werd een tuchtbeslissing genomen waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Hij kreeg hiervoor een sanctie van 30 dagen ATV.
De tuchtbeslissing werd onder meer genomen naar aanleiding van een meldingsverslag en een RAD waaruit bleek dat klager een verwarde indruk gaf en er op zijn cel een gsm werd aangetroffen. Klager ontkent dat hij iets met de feiten te maken heeft.
Op klagers cel werd, verborgen in de koelkast, een gsm aangetroffen. Deze gsm lag in een washandje. Het RAD is duidelijk en werd ondertekend door verschillende getuigen. Klager bracht volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die deden twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De directeur kon er redelijkerwijze op voortgaan, de feiten als bewezen beschouwen en deze, gelet op alle elementen die klager aan de feiten linken, aan hem toerekenen.
Klager werd daarnaast gesanctioneerd voor het zoutvaatje gevuld met (vermoedelijk) ketamine. De directie verwijst in haar tuchtbeslissing naar een formulier betreffende de tijdens de celcontrole in beslag genomen goederen (waaronder het zoutvaatje). Ze verduidelijkt dat dit formulier werd voorgelegd tijdens de hoorzitting en dat klager zich hierover heeft kunnen verweren. Gelet op alle elementen die klager aan de feiten linken, meent de klachtencommissie dat de directie klager ook ten aanzien van deze feiten schuldig kon verklaren.
Aangezien er sprake is van inbreuken van de eerste categorie, is de sanctie van 30 dagen ATV wettig. De klachtencommissie acht de sanctie, gelet op de samenloop van twee inbreuken van de eerste categorie, niet onredelijk of onbillijk.
De klacht is ongegrond.
- De intrekking van de UV’s
De klacht van klager is gericht tegen de intrekking van de UV’s. Deze klacht kadert binnen zijn “externe rechtspositie” en gaat evenmin over een beslissing die door de directie genomen werd. De klachtencommissie is hiervoor niet bevoegd. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachten gaan over een tuchtbeslissing en de beslissing tot herroeping van zijn uitgaansvergunningen (hierna: ‘UV’s’).
- De tuchtbeslissing
Ten aanzien van klager werd een tuchtbeslissing genomen waarbij hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Hij kreeg hiervoor een sanctie van 30 dagen ATV.
De tuchtbeslissing werd onder meer genomen naar aanleiding van een meldingsverslag en een RAD waaruit bleek dat klager een verwarde indruk gaf en er op zijn cel een gsm werd aangetroffen. Klager ontkent dat hij iets met de feiten te maken heeft.
Op klagers cel werd, verborgen in de koelkast, een gsm aangetroffen. Deze gsm lag in een washandje. Het RAD is duidelijk en werd ondertekend door verschillende getuigen. Klager bracht volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die deden twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De directeur kon er redelijkerwijze op voortgaan, de feiten als bewezen beschouwen en deze, gelet op alle elementen die klager aan de feiten linken, aan hem toerekenen.
Klager werd daarnaast gesanctioneerd voor het zoutvaatje gevuld met (vermoedelijk) ketamine. De directie verwijst in haar tuchtbeslissing naar een formulier betreffende de tijdens de celcontrole in beslag genomen goederen (waaronder het zoutvaatje). Ze verduidelijkt dat dit formulier werd voorgelegd tijdens de hoorzitting en dat klager zich hierover heeft kunnen verweren. Gelet op alle elementen die klager aan de feiten linken, meent de klachtencommissie dat de directie klager ook ten aanzien van deze feiten schuldig kon verklaren.
Aangezien er sprake is van inbreuken van de eerste categorie, is de sanctie van 30 dagen ATV wettig. De klachtencommissie acht de sanctie, gelet op de samenloop van twee inbreuken van de eerste categorie, niet onredelijk of onbillijk.
De klacht is ongegrond.
- De intrekking van de UV’s
De klacht van klager is gericht tegen de intrekking van de UV’s. Deze klacht kadert binnen zijn “externe rechtspositie” en gaat evenmin over een beslissing die door de directie genomen werd. De klachtencommissie is hiervoor niet bevoegd. De klacht is niet-ontvankelijk.