FOUILLE LICHAAM
De klacht gaat over een beslissing tot fouillering op het lichaam van de directie van de gevangenis van Brugge.
De directie voert in hoofdorde aan dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. In ondergeschikte orde voert ze aan dat de klacht ongegrond is.
De klachtencommissie stelt vast dat de maandcommissaris bij het overmaken van de klachten meldde dat één van de brievenbussen in de week voor het overmaken van de klachten niet geleegd werd. Dit kan volgens de klachtencommissie verklaren waarom het overmaken van de klacht aan de klachtencommissie – en vervolgens aan de directie - vertraging heeft opgelopen. In ieder geval ziet de klachtencommissie geen reden om aan te nemen dat de klacht niet waarheidsgetrouw gedateerd zou zijn.
De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam van klager werd als volgt gemotiveerd door de directie:
“Wegens een positief GSM-signaal werd er overgegaan tot het betreden van de quatro-cel. Betrokkene zat op het toilet met de deur op slot. Hij werd gevraagd om uit het toilet te komen,
maar deed dit niet, hij zei dat hij het toilet aan het poetsen was. Na verschillende keren door
te spoelen heeft betrokkene de deur ontgrendeld en is meegegaan voor een controle.
Gezien betrokkene de nodige tijd had om bepaalde zaken te verbergen op zijn lichaam, heb ik op 17/08/2025 omstreeks 11u20 bevolen over te gaan tot de fouillering op het lichaam van [klager].”
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden.
Klager beklaagt zich ook over de uitvoering van de fouillering en spreekt over een vernedering. Klager haalt echter geen concrete en specifieke elementen aan, waardoor de klachtencommissie niet kan besluiten dat de fouillering niet volgens de voorschriften heeft plaatsgevonden.
De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over een beslissing tot fouillering op het lichaam van de directie van de gevangenis van Brugge.
De directie voert in hoofdorde aan dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. In ondergeschikte orde voert ze aan dat de klacht ongegrond is.
De klachtencommissie stelt vast dat de maandcommissaris bij het overmaken van de klachten meldde dat één van de brievenbussen in de week voor het overmaken van de klachten niet geleegd werd. Dit kan volgens de klachtencommissie verklaren waarom het overmaken van de klacht aan de klachtencommissie – en vervolgens aan de directie - vertraging heeft opgelopen. In ieder geval ziet de klachtencommissie geen reden om aan te nemen dat de klacht niet waarheidsgetrouw gedateerd zou zijn.
De klacht is ontvankelijk.
De bestreden beslissing tot fouillering op het lichaam van klager werd als volgt gemotiveerd door de directie:
“Wegens een positief GSM-signaal werd er overgegaan tot het betreden van de quatro-cel. Betrokkene zat op het toilet met de deur op slot. Hij werd gevraagd om uit het toilet te komen,
maar deed dit niet, hij zei dat hij het toilet aan het poetsen was. Na verschillende keren door
te spoelen heeft betrokkene de deur ontgrendeld en is meegegaan voor een controle.
Gezien betrokkene de nodige tijd had om bepaalde zaken te verbergen op zijn lichaam, heb ik op 17/08/2025 omstreeks 11u20 bevolen over te gaan tot de fouillering op het lichaam van [klager].”
De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden.
Klager beklaagt zich ook over de uitvoering van de fouillering en spreekt over een vernedering. Klager haalt echter geen concrete en specifieke elementen aan, waardoor de klachtencommissie niet kan besluiten dat de fouillering niet volgens de voorschriften heeft plaatsgevonden.
De klacht is ongegrond.