Ga verder naar de inhoud

KC05/25-0294

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE

Klager wordt gesanctioneerd met 30 dagen ATV wegens ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ en ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’ .

In het RAD meldt een beambte dat tijdens een celcontrole het volgende werd aangetroffen: een USB-stick in de tv, verdachte substantie in het slotje van de badge van klager en een stokje om jojo’s binnen te halen. De melder voegt hier nog aan toe dat klager hiermee werd geconfronteerd en heeft gezegd dat deze zaken van allemaal van hem zijn.

Klager erkent dat de voorwerpen en de substantie van hem zijn. De USB-stick gebruikt hij voor muziek. De substantie is hasj, verklaart hij. De directie verwijst in haar tuchtbeslissing naar deze bekentenis. De klachtencommissie meent dat hiermee duidelijk is bewezen en gemotiveerd dat de gevonden zaken inderdaad aan klager toebehoren.

De directie kwalificeert het bezit van de verboden substantie (hasj) als ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie het bezit van de USB-stick kwalificeert als ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’, een tuchtinbreuk van de eerste categorie.
De klachtencommissie wijst er echter op dat dit tuchtfeit gekwalificeerd moet worden als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’, een inbreuk van de tweede categorie . De directie verwijst in haar verweer en de motivering van haar tuchtbeslissing terecht naar de bepaling in het huishoudelijk reglement waaruit blijkt dat het in het bezit zijn van digitale informatiedragers niet toegelaten is in de gevangenis. Het kwalificeren van de feiten als ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’, is dus niet correct.

Klager werd gesanctioneerd met 30 dagen ATV. De wijziging van de kwalificatie van één van de twee tuchtfeiten heeft geen invloed op het wettelijk toegestane maximum van de sanctie, aangezien voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie (in dit geval: het bezit van hasj, een verboden substantie) een ATV-sanctie van 30 dagen kan worden opgelegd. De sanctie is dus wettig.

Klager meent dat de tuchtsanctie overdreven is. De klachtencommissie acht de aan klager opgelegde sanctie, ook na herkwalificatie, niet onredelijk of onbillijk, gelet op de verschillende inbreuken die klager beging.

Gelet op de hervorming van de kwalificatie van één van de twee tuchtfeiten, is de klacht gedeeltelijk gegrond.

De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:

- de tuchtsanctie van 30 dagen ATV wegens twee inbreuken van de eerste categorie, zijnde ‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’ en ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’

wordt vervangen door

- de tuchtsanctie van 30 dagen ATV wegens één inbreuk van de eerste categorie, zijnde ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ en één inbreuk van de tweede categorie, zijnde ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’.

De klachtencommissie draagt de directie op om het tuchtregister van klager in deze zin aan te passen. Aangezien er geen gevolgen zijn van de vernietigde beslissing die niet ongedaan gemaakt kunnen worden, kent de klachtencommissie verder geen tegemoetkoming toe.