KC05/25-0301
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
VOORWERPEN - SCHADE
De directie maakte geen enkel stuk over waaruit blijkt dat de directie van de gevangenis van Brugge heeft voldaan aan de informatie- en onderzoeksplicht die op haar rust wanneer een gedetineerde die in haar gevangenis verblijft, melding maakt van het verlies van voorwerpen die uit een andere gevangenis moeten worden overgebracht.
Op de zitting werd ook duidelijk dat de directie wacht op klager om een zaakschadedossier op te stellen en dit terwijl niet aangetoond wordt dat klager correct ingelicht werd over wat van hem precies verwacht werd. Op het verweer gaf de directie aan dat klager extra informatie diende te verschaffen over de zaken die hij miste.
Daarnaast blijkt ook uit de opgesomde regelgeving dat er zowel een inventaris bestaat van de in bewaring gegeven voorwerpen als een ontvangstbewijs van de voorwerpen die klager op cel had, diende te bestaan. Ook bepaalt de CB nr. 113: “De gedetineerde die schade vaststelt aan zijn voorwerpen en hiervoor schadevergoeding wenst, dient de gevangenisdirectie hiervan onmiddellijk in te lichten. De gevangenisdirectie voert onmiddellijk een intern onderzoek uit naar de oorzaak van het schadegeval. Een administratief dossier dient zo spoedig mogelijk na het schadegeval te worden samengesteld en voor verdere afhandeling te worden bezorgd aan de Dienst Juridische en Conceptuele Ondersteuning”. Zoals reeds gesteld heeft klager de directie ingelicht van zodra hij zeker was dat zijn dozen niet meer onderweg zouden zijn. De klachtencommissie begrijpt dan ook niet waarom klager alsnog het bezit van de verloren goederen diende voor te leggen wanneer ten eerste deze documenten zouden moeten bestaan en in zijn persoonlijk dossier zouden moeten zitten en ten tweede de collectieve brief dit niet vereist. De directie geeft ook geen verder uitleg waarom het noodzakelijk is dat klager deze voorlegt vooraleer een zaakschadedossier kan worden opgestart.
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op de nodige stappen te zetten tot het opstarten van een zaakschadedossier voor de verloren spullen van klager en dit conform de CB nr. 113.
De directie maakte geen enkel stuk over waaruit blijkt dat de directie van de gevangenis van Brugge heeft voldaan aan de informatie- en onderzoeksplicht die op haar rust wanneer een gedetineerde die in haar gevangenis verblijft, melding maakt van het verlies van voorwerpen die uit een andere gevangenis moeten worden overgebracht.
Op de zitting werd ook duidelijk dat de directie wacht op klager om een zaakschadedossier op te stellen en dit terwijl niet aangetoond wordt dat klager correct ingelicht werd over wat van hem precies verwacht werd. Op het verweer gaf de directie aan dat klager extra informatie diende te verschaffen over de zaken die hij miste.
Daarnaast blijkt ook uit de opgesomde regelgeving dat er zowel een inventaris bestaat van de in bewaring gegeven voorwerpen als een ontvangstbewijs van de voorwerpen die klager op cel had, diende te bestaan. Ook bepaalt de CB nr. 113: “De gedetineerde die schade vaststelt aan zijn voorwerpen en hiervoor schadevergoeding wenst, dient de gevangenisdirectie hiervan onmiddellijk in te lichten. De gevangenisdirectie voert onmiddellijk een intern onderzoek uit naar de oorzaak van het schadegeval. Een administratief dossier dient zo spoedig mogelijk na het schadegeval te worden samengesteld en voor verdere afhandeling te worden bezorgd aan de Dienst Juridische en Conceptuele Ondersteuning”. Zoals reeds gesteld heeft klager de directie ingelicht van zodra hij zeker was dat zijn dozen niet meer onderweg zouden zijn. De klachtencommissie begrijpt dan ook niet waarom klager alsnog het bezit van de verloren goederen diende voor te leggen wanneer ten eerste deze documenten zouden moeten bestaan en in zijn persoonlijk dossier zouden moeten zitten en ten tweede de collectieve brief dit niet vereist. De directie geeft ook geen verder uitleg waarom het noodzakelijk is dat klager deze voorlegt vooraleer een zaakschadedossier kan worden opgestart.
De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op de nodige stappen te zetten tot het opstarten van een zaakschadedossier voor de verloren spullen van klager en dit conform de CB nr. 113.