Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0069

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
SCHADE

De klacht betreft de beslissing van de directie van de gevangenis van Brugge tot betaling van schade aan de koelkast.

In het RAD van 12 december 2025 meldt een beambte dat de koelkast beschadigd is:
- de bovenkant is gesmolten, geplooid en er zijn bruine vlekken ingetrokken;
- achteraan zit een mes verwerkt;
- er loopt water uit de achterkant van de koelkast.

Op het document ‘akkoord tot betaling van de schadevergoeding’ wordt deze vaststelling genoteerd. Het bedrag van de schadevergoeding is ‘nog te bepalen’. Het document wordt niet gedateerd, noch ondertekend.

De klachtencommissie stelt vast dat er tussen de partijen geen discussie bestaat over het feit dat de koelkast, die deel uitmaakt van het celmeubilair in de gevangenis van Brugge, en dat aanwezig was in de cel van klager, beschadigd was. De klachtencommissie stelt vast dat klager ontkent dat de schade door zijn fout of nalatigheid veroorzaakt werd, maar dat hij zich bereid verklaarde om de schade te vergoeden. Omdat klager zelf niet betaalde, besliste de directie om het bedrag van 50 euro alsnog af te houden.

Het dossier bestaat enkel uit een RAD dat de schade beschrijft, en uit een ‘akkoord tot betaling van de schadevergoeding’ waarop deze vaststelling wordt herhaald. Op dit document dient het bedrag van de schadevergoeding te worden genoteerd, zo volgt uit het model van collectieve brief nr. 131. In voorliggend dossier was het bedrag echter ‘nog te bepalen’. Het document werd niet gedateerd, noch ondertekend door een beambte, de directie of klager.

De klachtencommissie stelt vast dat er nergens een bedrag van de schadevergoeding wordt vermeld. Dat klager de schade niet heeft terugbetaald op eigen initiatief, kan hem aldus niet verweten worden gezien het bedrag hem onbekend was en het akkoord tot betaling van de schadevergoeding hem bovendien niet werd voorgelegd.

Uiteindelijk werd er 50 euro afgehouden van klager. De klachtencommissie vindt nergens een berekening van deze vergoeding terug. Het is voor klager en voor de klachtencommissie volstrekt onduidelijk waarop het bedrag werd gebaseerd en op welke manier de schadevergoeding werd berekend.

De directie wijst in haar verweer op het gegeven dat klager zich in het bijzijn van zijn advocaat akkoord verklaarde tot betaling van een schadevergoeding, zonder voorwaarden te formuleren inzake de grootte van het bedrag. De klachtencommissie meent dat het onredelijk is dat de directie dit loutere akkoord beschouwt als een vrijbrief om om het even welk bedrag af te houden.

Op basis van bovenstaande besluit de klachtencommissie dat de procedure rond het betalen van de schadevergoeding niet correct gevolgd werd en de bestreden beslissing van de directie onredelijk was. De klachtencommissie vernietigt de beslissing en besluit dat de schadevergoeding van 50 euro terugbetaald moet worden aan klager.

De klachtencommissie wenst er bovendien op te wijzen dat het niet de bedoeling kan zijn dat de directie in geval van het toebrengen van schade jongleert met de tuchtprocedure en de procedure tot betaling van een schadevergoeding. De procedures hebben een verschillende finaliteit: zo dient de tuchtprocedure (omwille van de beschadiging van de voorwerpen) om een gedetineerde te sanctioneren in situaties waarin de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren (subsidiariteitsbeginsel) , en dient de procedure tot betaling van een schadevergoeding om de schade te vergoeden die een gedetineerde veroorzaakt aan de voorwerpen toebehorend aan de FOD Justitie.