Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0136

Onontvankelijk KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEZOEK

De klacht is gericht tegen het niet-toelaten van het bezoek van het kind van klagers (gedetineerde) partner.

Minderjarigen die op bezoek komen bij een gedetineerde die het ouderlijk gezag uitoefent, dienen niet in het bezit te zijn van een gelegaliseerde toelating van een niet-gedetineerde persoon die het ouderlijk gezag uitoefent. Beide ouders zijn immers gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Beslissingen worden verondersteld samen genomen te zijn door beide ouders ten opzichte van de derde te goeder trouw (i.c. de gevangenisdirectie).
Indien één ouder zich schriftelijk niet akkoord verklaart met het bezoek van zijn minderjarig kind aan de gedetineerde ouder, wordt het bezoek niet toegelaten. De gedetineerde dient uitgenodigd te worden om zich te wenden tot de jeugdrechtbank indien hij zijn recht van omgang met zijn kind wenst uit te oefenen.

Minderjarigen die op bezoek komen bij een gedetineerde die het ouderlijk gezag niet uitoefent en die niet vergezeld zijn van een persoon die het ouderlijk gezag uitoefent, dienen in het bezit te zijn van een toelating van de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent (toelatingsbrief vergezeld van een kopie van de identiteitskaart).

In voorliggend dossier vraagt klager om bezoek te mogen ontvangen van de minderjarige zoon van zijn (vóór hun detentie, wettelijk samenwonende) partner, die ook gedetineerd is. Uit het dossier blijkt dat klager niet het ouderlijk gezag uitoefent over het kind. Klager verklaart dat de ouders van het kind het ouderlijk gezag uitoefenen.

Het bezoek tussen klager en het kind wordt echter niet toegelaten doordat de vader van het kind, die ook gedetineerd is, dit weigert.

De directie heeft deze kwestie voorgelegd aan de juridische dienst inzake bezoekaanvragen. Zij bevestigde dat de weigering van de vader volstaat om het bezoek van het minderjarige kind aan klager te weigeren op basis van de instructies uit collectieve brief nr. 107ter: als één ouder het bezoek kan weigeren van diens kinderen aan de gedetineerde andere ouder, dan kan diezelfde ouder dat bezoek van diens kinderen a forteriori weigeren aan een gedetineerde niet-ouder (ook al verloopt dat bezoek onder begeleiding van de andere ouder).

De klachtencommissie sluit zich aan bij bovenstaande redenering. Hoewel de collectieve brief over dit concrete geval zwijgt, meent de klachtencommissie dat uit de bepaling in verband met de weigering door een ouder van het bezoek aan de gedetineerde ouder, logischerwijze volgt dat een (gedetineerde) ouder het bezoek van zijn kind aan een gedetineerde niet-ouder ook kan weigeren.

De collectieve brief laat in geval van de weigering door een ouder in feite geen enkele discretionaire beslissingsruimte aan de directie: in geval van weigering door een ouder, wordt het bezoek niet toegelaten.

Er is in dit geval dus geen sprake van een beslissing van de directeur. De klacht is om deze reden niet-ontvankelijk.