Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0165

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Brugge.

In een rapport aan de directeur beschrijft een beambte hoe klager zich weerspannig gedroeg en in discussie ging met een beambte. Klager blokkeerde de deur toen de beambte deze wilde sluiten. Klager verzette zich hevig wanneer de beambte hem naar binnen duwde. De beambte schrijft dat klager daarbij zijn arm naar binnen trok.

De directeur beslist naar aanleiding van dit incident om een tuchtprocedure op te starten. Klager zegt dat hij de beambte niet heeft aangevallen en dat de feiten niet kloppen. Het klopt wel dat hij heeft geroepen en tegen de deur heeft geschopt, maar hij heeft de deur niet geblokkeerd en heeft niet geprobeerd om de beambte binnen te trekken. Het is de beambte die klager sloeg. Het klopt dat klager gefrustreerd was over de situatie.

Klager wordt gesanctioneerd met drie weken ATV wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ .

De klachtencommissie meent dat de directie de feiten gekwalificeerd als ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ bewezen kon verklaren en aan klager kon toerekenen: het wordt niet betwist dat klager in discussie ging met de beambte wanneer deze hem instructies gaf, noch dat klager uit frustratie heeft geroepen en tegen de deur heeft geschopt en op die manier de orde heeft aangetast.

De klachtencommissie is van oordeel dat dit anders is met betrekking tot de inbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Uit het RAD blijkt dat klager zich verzette en de betrokken beambte in zijn cel probeerde te trekken.

De klachtencommissie stelt vast dat klager deze feiten ontkent. De directie komt – zo schrijft ze in haar tuchtbeslissing - na onderzoek tot de conclusie dat de feiten bewezen zijn. Uit het dossier blijkt echter op geen enkele manier dat de directie nader onderzoek heeft gevoerd naar aanleiding van klagers verklaringen tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Uit het verweer blijkt dat ze de camerabeelden pas heeft bekeken na ontvangst van voorliggende klacht, en niet in de loop van de tuchtprocedure. Uit het dossier blijkt niet dat de directie getuigen heeft gehoord, zoals de celgenoot van klager, die eventueel de ene of de andere versie van de feiten kon bevestigen. Bovendien wordt er geen getuige van de feiten vermeld op het RAD, die de inhoud ervan kon bevestigen en het verhaal van klager kon ontkrachten. Het is voor de klachtencommissie volstrekt onduidelijk welk nader onderzoek de directie heeft gevoerd om tot de conclusie te komen dat de verklaringen van klager onjuist, en de feiten bewezen waren.

De klachtencommissie besluit dat de directie onvoldoende onderzoek heeft gevoerd naar de (vermeende) feiten van aantasting van de fysieke integriteit (of de bedreiging daarmee) en deze dan ook niet als bewezen kon verklaren noch aan klager kon toerekenen.

De klachtencommissie vernietigt de kwalificatie ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. De klacht is aldus gedeeltelijk gegrond.

Klager werd gesanctioneerd met drie weken ATV. Gelet op de gedeeltelijke vernietiging van de tuchtbeslissing, waardoor slechts twee van de drie tuchtinbreuken behouden blijven, beslist de klachtencommissie om de tuchtsanctie te herleiden naar 13 dagen ATV. De directie dient na afloop hiervan de uitvoering van de sanctie stop te zetten. Daarnaast dient het tuchtregister van klager in overeenstemming te worden gebracht met deze uitspraak. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing overeind.