Ga verder naar de inhoud

KC05/26-0174

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SCHORSING - VERBODEN SUBSTANTIES - TAAL

De klacht betreft een tuchtsanctie wegens het vinden van een verdachte substantie in de cel tijdens een celcontrole. De directie gaat ervan uit dat de substantie drugs is. Klager wordt diezelfde dag gesanctioneerd met 30 dagen ATV, wegens ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties'.
Klager beweert dat het een stuk brood was waarvan hij parels maakt en klaagt aan dat er geen verder onderzoek werd gevoerd vooraleer de tuchtsanctie werd opgelegd.
De directie meent dat de klacht ontvankelijk, maar ongegrond is. De directie vindt de uitspraken van de klager ongeloofwaardig. De directeur beargumenteert dat de beslissing werd genomen omdat de substantie in een theedoosje verborgen zat.

Klager dringt aan op een tuchtrechtelijke hoorzitting met een tolk. De hoorzitting vond echter plaats zonder tolk en zonder aanwezigheid van zijn advocaat, waardoor klager niet alles goed begreep. De klachtencommissie besluit dat de directie niet de nodige stappen heeft ondernomen om ervoor te zorgen dat klager de tuchtprocedure kon verstaan. De procedurele vereisten werden niet nageleefd en er is sprake van een schending van artikel 144, §3, §5 en §7 van de Basiswet. Hierdoor werd klagers recht op verdediging geschonden. De klacht is om deze redenen gegrond.

De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en draagt de directie op elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen. Dit komt overeen met wat klager als tegemoetkoming vraagt.