TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING
Een bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan.
De klachtencommissie ziet geen verband tussen de tuchtinbreuk zijnde de drugs die op de cel gevonden zijn en de tuchtsanctie bestaande uit de wandeling op koer B. Het verband tussen beide wordt ook niet gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Nochtans is dit vereist in het licht van artikel 143 §1 j° artikel 8 van de Basiswet. Bovendien bevestigde de directeur op de zitting dat er voor deze tuchtsanctie werd gekozen omdat klager al het maximaal aantal dagen ATV kreeg voor een voorgaande tuchtsanctie.
Daarnaast is ook de combinatie van opeenvolgende tuchtsanctie globaal bekeken disproportioneel ten aanzien van de gepleegde feiten. Klager kreeg eerst 30 dagen ATV voor de vondst bij de eerste celcontrole en nadien aansluitend 15 dagen koer B wat impliceert dat klager gedurende 45 dagen niet kan deelnemen aan de gezamenlijke activiteiten en slechts één uur per dag kan wandelen. De klachtencommissie kan zich dan ook niet van de indruk ontdoen dat men klager bijkomend wou straffen maar via de bijzondere tuchtsanctie het wettelijk voorziene maximum wou omzeilen.
De klacht is gegrond.
Een bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan.
De klachtencommissie ziet geen verband tussen de tuchtinbreuk zijnde de drugs die op de cel gevonden zijn en de tuchtsanctie bestaande uit de wandeling op koer B. Het verband tussen beide wordt ook niet gemotiveerd in de tuchtbeslissing. Nochtans is dit vereist in het licht van artikel 143 §1 j° artikel 8 van de Basiswet. Bovendien bevestigde de directeur op de zitting dat er voor deze tuchtsanctie werd gekozen omdat klager al het maximaal aantal dagen ATV kreeg voor een voorgaande tuchtsanctie.
Daarnaast is ook de combinatie van opeenvolgende tuchtsanctie globaal bekeken disproportioneel ten aanzien van de gepleegde feiten. Klager kreeg eerst 30 dagen ATV voor de vondst bij de eerste celcontrole en nadien aansluitend 15 dagen koer B wat impliceert dat klager gedurende 45 dagen niet kan deelnemen aan de gezamenlijke activiteiten en slechts één uur per dag kan wandelen. De klachtencommissie kan zich dan ook niet van de indruk ontdoen dat men klager bijkomend wou straffen maar via de bijzondere tuchtsanctie het wettelijk voorziene maximum wou omzeilen.
De klacht is gegrond.