ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING
De klachtencommissie stelt vast dat de ontslagbeslissing wordt verwezen naar een aantal zaken waaruit moet blijken dat klager niet geschikt is voor de functie van diender magazijnier.
Zo gaat het om twee verwittigingen over onbeleefd zijn tegen het personeel en het niet volgen van instructies. Deze zaken waren opgenomen in de observatiefiche. Klager werd niet in het bezit gesteld van de observatiefiche en was dus ook niet op de hoogte dat deze vermeld stonden. Klager nam hiervan pas mondeling kennis op het rapport met de directeur.
Uit de observatiefiche blijkt ook niet dat deze feiten betrekking hadden op de wijze waarop klager zijn job uitvoerde. De klachtencommissie stelt zelfs vast dat klager op dezelfde fiche nog een compliment kreeg over zijn werk.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast het doorslaggevende element voor het ontslag bestond uit de intentie om zaken te smokkelen naar cel. Dit element werd ten aanzien van alle dienders magazijnier verweten zonder dat verder onderzoek werd gedaan naar wie van de dienders nu juist verantwoordelijk was voor de feitelijke vaststellingen. Op de zitting van de klachtencommissie en het onderzoek ter plaatse bleek dat er met toestemming van het personeel vervallen of verkeerd geleverde goederen naar de cel werden gebracht.
De klachtencommissie leidt evenmin een intentie om te smokkelen af uit de zakjes in de koelkast onder tortilla’s te leggen. De dienders magazijnier worden standaard gefouilleerd aan hun kledij en passeren vervolgens een metaaldetector. De sauspotten waren dermate groot dat het niet eenvoudig is deze te verstoppen. Evenmin lijkt het waarschijnlijk dat de halalworsten voorzien van een metalen sluiting de controle door de metaaldetector zouden passeren.
Er bestaat dan ook twijfel over de intentie rond de zakjes in de koelkast. Er wordt ook niet verduidelijkt waarom dit specifiek ten laste kan worden gelegd ten aanzien van klager.
De klachtencommissie kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat deze ontslagbeslissing een bestraffend karakter heeft en daarmee een verdoken tuchtsanctie vormt.
De klacht is gegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat de ontslagbeslissing wordt verwezen naar een aantal zaken waaruit moet blijken dat klager niet geschikt is voor de functie van diender magazijnier.
Zo gaat het om twee verwittigingen over onbeleefd zijn tegen het personeel en het niet volgen van instructies. Deze zaken waren opgenomen in de observatiefiche. Klager werd niet in het bezit gesteld van de observatiefiche en was dus ook niet op de hoogte dat deze vermeld stonden. Klager nam hiervan pas mondeling kennis op het rapport met de directeur.
Uit de observatiefiche blijkt ook niet dat deze feiten betrekking hadden op de wijze waarop klager zijn job uitvoerde. De klachtencommissie stelt zelfs vast dat klager op dezelfde fiche nog een compliment kreeg over zijn werk.
Daarnaast stelt de klachtencommissie vast het doorslaggevende element voor het ontslag bestond uit de intentie om zaken te smokkelen naar cel. Dit element werd ten aanzien van alle dienders magazijnier verweten zonder dat verder onderzoek werd gedaan naar wie van de dienders nu juist verantwoordelijk was voor de feitelijke vaststellingen. Op de zitting van de klachtencommissie en het onderzoek ter plaatse bleek dat er met toestemming van het personeel vervallen of verkeerd geleverde goederen naar de cel werden gebracht.
De klachtencommissie leidt evenmin een intentie om te smokkelen af uit de zakjes in de koelkast onder tortilla’s te leggen. De dienders magazijnier worden standaard gefouilleerd aan hun kledij en passeren vervolgens een metaaldetector. De sauspotten waren dermate groot dat het niet eenvoudig is deze te verstoppen. Evenmin lijkt het waarschijnlijk dat de halalworsten voorzien van een metalen sluiting de controle door de metaaldetector zouden passeren.
Er bestaat dan ook twijfel over de intentie rond de zakjes in de koelkast. Er wordt ook niet verduidelijkt waarom dit specifiek ten laste kan worden gelegd ten aanzien van klager.
De klachtencommissie kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat deze ontslagbeslissing een bestraffend karakter heeft en daarmee een verdoken tuchtsanctie vormt.
De klacht is gegrond.