Ga verder naar de inhoud

KC06/23-0210

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK

De gedetineerde kan pas schuldig worden verklaard voor tuchtvergrijpen als de directie, op grond van al het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht. De directie heeft hierbij als tuchtoverheid een discretionaire bevoegdheid.

De directie moet deze innerlijke overtuiging ook op afdoende wijze ter kennis brengen aan de tuchtrechtelijk vervolgde gedetineerde. Minstens even belangrijk is de vereiste om deze overtuiging op een voldoende uitgebreide manier neer te schrijven in een gemotiveerde tuchtbeslissing, die aan de gedetineerde wordt bezorgd. Het belang van een uitdrukkelijke en afdoende motivering wordt ook bevestigd in art. 8 van de Basiswet.
De klachtencommissie stelt vast dat in de motivering van de tuchtbeslissing niet verduidelijkt wordt welke feiten een opzettelijke aantasting van de psychische integriteit uitmaken of een bedreiging daarvan.
De klachtencommissie acht deze tuchtinbreuk dan ook niet bewezen en deze kan niet weerhouden worden.
De klachtencommissie vernietigt deze kwalificatie.

Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager in zijn cel met voorwerpen gooide. Dit wordt ook niet ontkend. Het huishoudelijk reglement stelt nochtans duidelijk dat de voorwerpen naar behoren moeten gebruikt worden.
De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk 'het niet-naleven van de bepalingen van het huishoudelijk reglement' bewezen.

Klager kon voor de tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ maximaal 15 dagen ATV krijgen. Klager kreeg 7 dagen ATV voorwaardelijk. De klachtencommissie acht deze tuchtsanctie in verhouding tot de gepleegde feiten.
De klacht is gedeeltelijk gegrond.