TUCHT - ATV - VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 11 maart 2024 van de directie van de gevangenis. Tijdens de wandeling had de betrokkene hasj gekregen van een medegedetineerde. Na de wandeling werd verdacht gedrag opgemerkt en vond een fouille plaats waarbij de substantie werd aangetroffen. Klager is het oneens met de tuchtbeslissing waarbij hij 15 dagen ATV kreeg voor het bezit van 0,1 gram hasj die hij kreeg op de wandeling. Klager stelt dat andere personen die met meer gepakt worden, minder dan 10 dagen ATV krijgen.
De directie verweert dat de betrokkene pas sinds 30 januari 2024 in hun instelling verblijft. Gelet op de korte verblijfsperiode en het feit dat de betrokkene nu al wordt gepakt met drugs, heeft volgens de directie gezorgd dat de betrokenne 15 dagen ATV heeft gekregen. In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 8 maart 2024 en de verklaringen van klager ter tuchtzitting. Klager betwistte de feiten niet. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie waarvoor een maximumduur van 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk. Klager beklaagt zich over het gegeven dat andere gedetineerden, die soms met grotere hoeveelheden drugs werden betrapt, een lichtere sanctie kregen. Bij de keuze van de aard en de omvang van de tuchtsanctie wordt onder meer rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en de omstandigheden waarin zij plaatsvond (artikel 143 Basiswet). De directie verwijst in haar verweer naar het gegeven dat klager nog maar sinds kort in de gevangenis verblijft en toch al gepakt wordt met drugs, ondanks dat hij hiervoor gewaarschuwd werd tijdens het onthaalgesprek. De klachtencommissie acht de sanctie redelijk.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 11 maart 2024 van de directie van de gevangenis. Tijdens de wandeling had de betrokkene hasj gekregen van een medegedetineerde. Na de wandeling werd verdacht gedrag opgemerkt en vond een fouille plaats waarbij de substantie werd aangetroffen. Klager is het oneens met de tuchtbeslissing waarbij hij 15 dagen ATV kreeg voor het bezit van 0,1 gram hasj die hij kreeg op de wandeling. Klager stelt dat andere personen die met meer gepakt worden, minder dan 10 dagen ATV krijgen.
De directie verweert dat de betrokkene pas sinds 30 januari 2024 in hun instelling verblijft. Gelet op de korte verblijfsperiode en het feit dat de betrokkene nu al wordt gepakt met drugs, heeft volgens de directie gezorgd dat de betrokenne 15 dagen ATV heeft gekregen. In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 8 maart 2024 en de verklaringen van klager ter tuchtzitting. Klager betwistte de feiten niet. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie waarvoor een maximumduur van 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk. Klager beklaagt zich over het gegeven dat andere gedetineerden, die soms met grotere hoeveelheden drugs werden betrapt, een lichtere sanctie kregen. Bij de keuze van de aard en de omvang van de tuchtsanctie wordt onder meer rekening gehouden met de ernst van de inbreuk en de omstandigheden waarin zij plaatsvond (artikel 143 Basiswet). De directie verwijst in haar verweer naar het gegeven dat klager nog maar sinds kort in de gevangenis verblijft en toch al gepakt wordt met drugs, ondanks dat hij hiervoor gewaarschuwd werd tijdens het onthaalgesprek. De klachtencommissie acht de sanctie redelijk.