TUCHT - ATV - ONGEGROND - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing ging over +/- 50 witte pillen, die betrokkene oprecht verklaarde te hebben aangekocht van een medegedetineerde om te vermageren. Hij meldde dat het vermageringspillen waren. Directie meent dat de betrokkene andere opties had om te vermageren of via de medische dienst om supplementen kon gevraagd hebben. De klager koos ervoor de pillen aan te kopen bij een medegedetineerde en om de pillen aan het toezicht van het bewakend personeel te onttrekken door deze in eten te verstoppen. De directie bestrafte deze feiten met inbreuk op huishoudelijk reglemet, categorie 2, omwille van de onzekerheid over of het wel degelijk verboden middelen waren. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie die bestaat uit 15 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De klager meent dat het zijn eerste tucht is, dat hij eerlijk is geweest en alles op zich heeft genomen en alles hem toch is ontnomen.
Na verslag van politie, wordt vastgesteld dat het ging om het type of soort middel en dat het wel degelijk drugs waren op basis waarvan de directie meent dat de hoeveelheden en de stof dus wel degelijk over dealershoeveelheden gaat van verboden middelen. Dit betreft een tuchtinbreuk categorie 1 en daarom vroeg directie de klachtencommissie om een strafvermeerdering.
De klachtencommisie acht de tuchtinbreuk bewezen aangezien de klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting toegeeft dat de pillen van hem zijn en hij de tuchtinbreuk niet betwist in het klachtenformulier. De directie kon aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV opleggen. Klager kreeg het maximum. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie in verhouding tot de gepleegde inbreuk. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klachtencommissie kan niet ingaan op de vraag van de directie om een hogere sanctie op te leggen nu bekend is dat de pillen verboden substanties zijn, gelet op het algemeen beginsel dat stelt dat een rechtsmiddel niet in het nadeel kan werken van degene die het instelt (verbod op reformatio in peius).
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.
De tuchtbeslissing ging over +/- 50 witte pillen, die betrokkene oprecht verklaarde te hebben aangekocht van een medegedetineerde om te vermageren. Hij meldde dat het vermageringspillen waren. Directie meent dat de betrokkene andere opties had om te vermageren of via de medische dienst om supplementen kon gevraagd hebben. De klager koos ervoor de pillen aan te kopen bij een medegedetineerde en om de pillen aan het toezicht van het bewakend personeel te onttrekken door deze in eten te verstoppen. De directie bestrafte deze feiten met inbreuk op huishoudelijk reglemet, categorie 2, omwille van de onzekerheid over of het wel degelijk verboden middelen waren. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie die bestaat uit 15 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De klager meent dat het zijn eerste tucht is, dat hij eerlijk is geweest en alles op zich heeft genomen en alles hem toch is ontnomen.
Na verslag van politie, wordt vastgesteld dat het ging om het type of soort middel en dat het wel degelijk drugs waren op basis waarvan de directie meent dat de hoeveelheden en de stof dus wel degelijk over dealershoeveelheden gaat van verboden middelen. Dit betreft een tuchtinbreuk categorie 1 en daarom vroeg directie de klachtencommissie om een strafvermeerdering.
De klachtencommisie acht de tuchtinbreuk bewezen aangezien de klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting toegeeft dat de pillen van hem zijn en hij de tuchtinbreuk niet betwist in het klachtenformulier. De directie kon aan klager voor deze tuchtinbreuk van de tweede categorie maximaal 15 dagen ATV opleggen. Klager kreeg het maximum. De klachtencommissie acht de tuchtsanctie in verhouding tot de gepleegde inbreuk. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klachtencommissie kan niet ingaan op de vraag van de directie om een hogere sanctie op te leggen nu bekend is dat de pillen verboden substanties zijn, gelet op het algemeen beginsel dat stelt dat een rechtsmiddel niet in het nadeel kan werken van degene die het instelt (verbod op reformatio in peius).