Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0099

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis waarbij klager via ordemaatregel werd afgezet van zijn werk.

Er is naar het oordeel van de klachtencommissie in dit dossier sprake van een verdoken tuchtsanctie. De feiten die aanleiding hebben gegeven tot het ontslag van klager werden ter kennis gebracht van de directie via een RAD. Klager wordt door de directie duidelijk schuldig geacht aan de tuchtinbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (het doorgeven van goederen).

Dit blijkt duidelijk uit de formulering van de ordemaatregel: “Op deze manier is het verdelen van de waszakken dus misbruikt om goederen door te geven”, alsook uit de formulering van het verweer: “gelet op het doorgeven van goederen alsook het misleiden van het personeel hiermee […] Deze inbreuk wordt als dermate ernstig beschouwd […]”. De afzetting van werk is geen in de Basiswet voorziene tuchtsanctie.

Uit de beschikbare stukken blijkt niet dat de directie ten aanzien van klager (eerst) een tuchtprocedure heeft ingesteld.

De formulering van de ordemaatregel alsook de bewoordingen in het verweer van de directie zijn duidelijk. Het ontslag van klager is het rechtstreekse gevolg van een ten aanzien van hem bewezen geachte tuchtinbreuk van tweede categorie. Er was een intentie tot bestraffen in hoofde van de directie bij het opleggen van de bestreden ordemaatregel. De klacht is ontvankelijk en gegrond.

De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel. Zij bepaalt dat klager, ten gevolge van deze vernietiging, in zoverre hij nog niet opnieuw aan het werk zou gesteld zijn, onmiddellijk in zijn functie hersteld moet worden of, indien dit niet mogelijk is omdat andere gedetineerden hierdoor benadeeld zouden worden, klager bovenaan de wachtlijst voor de desbetreffende functie moet worden geplaatst.