Ga verder naar de inhoud

KC06/24-0160

Gegrond Onontvankelijk KC - Dendermonde Klachtencommissie Voorlopige maatregel Bijzondere veiligheidsmaatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TUCHT - GEGROND - TEGEMOETKOMING

De klacht betreft een voorlopige maatregel, een tuchtbeslissing, een bijzondere veiligheidsmaatregel en een afzetting van werk van de gevangenis van Dendermonde.

Wat betreft de BVM: de klachtencommissie kan klachten behandelen over beslissingen genomen door of namens de directeur ten aanzien van klager. Het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke of redelijke termijn wordt met een beslissing gelijkgesteld. Uit het klachtenformulier kan de klachtencommissie niet afleiden waarom klager een BVM viseert. De directie benadrukt tevens dat er geen BVM werd opgelegd. De klacht is onontvankelijk, aangezien deze beslissing niet bestaat.

Wat betreft de VM: de klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen niet kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De maatregel heeft een bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel niet opleggen. In casu was er geen sprake van een ‘ernstige’ en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Wat betreft de VM is de klacht dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.

Wat betreft de tuchtsanctie: klager stelt in zijn klachtenformulier en op de hoorzitting dat de beambte zijn verklaringen verkeerd heeft geïnterpreteerd. Hij heeft geen bedreigingen willen uiten of de fysieke integriteit van een andere beambte willen aantasten. Hij deelde enkel zijn angst n.a.v. een nachtmerrie mee aan een beambte.

De klachtencommissie is van oordeel, gelet op het RAD van 02/07/2024, dat de directie de feiten bewezen kon achten. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig.

Zij stelt echter vast dat de tuchtsanctie onredelijk en onbillijk is. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt echter vast dat – gelet op de omvang van de feiten en het feit dat klager zelf zijn angst n.a.v. zijn nachtmerrie meedeelt aan de beambte – de straftoemeting onredelijk en onbillijk is.

Bovendien is er in casu ook sprake van een verdoken afzetting van werk.

De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.

Als tegemoetkoming kent de klachtencommissie aan klager toe dat hij bovenaan de wachtlijst geplaatst dient te worden voor een gelijkwaardige functie.