TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - CAMERABEELDEN
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 24/07/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD voorhanden van 21/07/2024 op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 24/07/2024, met bijstand van zijn advocaat. Op basis van het RAD van 21/07/2024 werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. In casu heeft de directie zich gesteund op het RAD van 21/07/2024 en op de camerabeelden van tijdens en na de wandeling.
Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie van 14/08/2024 dat het RAD onjuist is en dat hij geen pakje heeft verstopt aan het waterfonteintje. De advocaat van klager vraagt meermaals om de camerabeelden te bekijken. Op de zitting van 04/09/2024 werden de camerabeelden (2) bekeken. Er werd dus tegemoet gekomen aan de vraag van de advocaat van klager. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het RAD en op grond van de camerabeelden.
De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt ook vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 24/07/2024 niet gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 24/07/2024 van de directie van de gevangenis.
In het tuchtdossier is een RAD voorhanden van 21/07/2024 op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 24/07/2024, met bijstand van zijn advocaat. Op basis van het RAD van 21/07/2024 werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. In casu heeft de directie zich gesteund op het RAD van 21/07/2024 en op de camerabeelden van tijdens en na de wandeling.
Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting van de klachtencommissie van 14/08/2024 dat het RAD onjuist is en dat hij geen pakje heeft verstopt aan het waterfonteintje. De advocaat van klager vraagt meermaals om de camerabeelden te bekijken. Op de zitting van 04/09/2024 werden de camerabeelden (2) bekeken. Er werd dus tegemoet gekomen aan de vraag van de advocaat van klager. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het RAD en op grond van de camerabeelden.
De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt ook vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 24/07/2024 niet gegrond.