KC06/24-0193
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM
De klacht betreft een fouillering op het lichaam van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
De Basiswet voorziet dat een fouillering op het lichaam vereist dat er individuele aanwijzingen aanwezig zijn waarbij het onderzoek aan de kledij niet volstaat.
Daarnaast moet de beslissing om over te gaan tot een fouillering op het lichaam binnen de 24 uur schriftelijk meegedeeld worden nadat de fouille plaatsvond en mag zij geen tergend karakter hebben.
De voorwaarden waaronder de directeur dergelijke beslissing kan nemen, zijn verder vastgelegd in de Collectieve brief nr. 141 van 30 januari 2017. Hierin wordt o.a. benadrukt dat de directeur een individuele gemotiveerde beslissing moet nemen en dat de directeur hiervoor een standaardformulier (“bijlage 2”) dient te gebruiken.
De beslissing om een onderzoek aan het lichaam op te leggen werd gemotiveerd als volgt:
“Ernstig vermoeden dat betrokkene in bezit is van een verboden substantie:
Gezien de vele stukjes plastic folie op zijn cel en een pot vaseline, doet dit vermoeden dat betrokkene in het bezit is van verboden substantie.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing ‘fouillering op het lichaam’ van 23/07/2024 voldoende werd gemotiveerd en op een correcte wijze genomen werd.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De beslissing tot fouillering op het lichaam van 23/07/2024 blijft bestaan.
De klacht betreft een fouillering op het lichaam van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
De Basiswet voorziet dat een fouillering op het lichaam vereist dat er individuele aanwijzingen aanwezig zijn waarbij het onderzoek aan de kledij niet volstaat.
Daarnaast moet de beslissing om over te gaan tot een fouillering op het lichaam binnen de 24 uur schriftelijk meegedeeld worden nadat de fouille plaatsvond en mag zij geen tergend karakter hebben.
De voorwaarden waaronder de directeur dergelijke beslissing kan nemen, zijn verder vastgelegd in de Collectieve brief nr. 141 van 30 januari 2017. Hierin wordt o.a. benadrukt dat de directeur een individuele gemotiveerde beslissing moet nemen en dat de directeur hiervoor een standaardformulier (“bijlage 2”) dient te gebruiken.
De beslissing om een onderzoek aan het lichaam op te leggen werd gemotiveerd als volgt:
“Ernstig vermoeden dat betrokkene in bezit is van een verboden substantie:
Gezien de vele stukjes plastic folie op zijn cel en een pot vaseline, doet dit vermoeden dat betrokkene in het bezit is van verboden substantie.”
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing ‘fouillering op het lichaam’ van 23/07/2024 voldoende werd gemotiveerd en op een correcte wijze genomen werd.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De beslissing tot fouillering op het lichaam van 23/07/2024 blijft bestaan.