KC06/24-0202
Ongegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ONGEGROND
De klachten betreffen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Wat betreft de voorlopige maatregel: de klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
De ‘interne veiligheid’ wordt in de Basiswet gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
Wat betreft de voorlopige maatregel is de klacht dan ook ongegrond. De voorlopige maatregel blijft bestaan.
Wat betreft de tuchtbeslissing: klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst. Hij werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 20/08/2024, met bijstand van zijn advocaat. Op basis van het RAD van 18/08/2024 werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting van 04/09/2024 dat het RAD onjuist is en dat hij de medegedetineerde enkel lichtjes heeft weggeduwd. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
Wat betreft het bekijken van de camerabeelden. Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting dat de camerabeelden dienen bekeken te worden. Er werd echter geen rekening gehouden met de camerabeelden tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en bij het nemen van de tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht dit derhalve niet opportuun om deze te bekijken. Het kan aan de directie niet verweten worden dat de camerabeelden niet bekeken werden, gelet op het duidelijke RAD.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt ook vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing niet gegrond.
De klachten betreffen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Wat betreft de voorlopige maatregel: de klachtencommissie buigt zich over de wettelijke voorwaarden van de voorlopige maatregel. Ze gaat na of de directie redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
De ‘interne veiligheid’ wordt in de Basiswet gedefinieerd als “een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen kon oordelen dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
Wat betreft de voorlopige maatregel is de klacht dan ook ongegrond. De voorlopige maatregel blijft bestaan.
Wat betreft de tuchtbeslissing: klager werd onmiddellijk onder voorlopige maatregel geplaatst. Hij werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 20/08/2024, met bijstand van zijn advocaat. Op basis van het RAD van 18/08/2024 werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
De directie mag in haar motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.
Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting van 04/09/2024 dat het RAD onjuist is en dat hij de medegedetineerde enkel lichtjes heeft weggeduwd. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
Wat betreft het bekijken van de camerabeelden. Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting dat de camerabeelden dienen bekeken te worden. Er werd echter geen rekening gehouden met de camerabeelden tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en bij het nemen van de tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht dit derhalve niet opportuun om deze te bekijken. Het kan aan de directie niet verweten worden dat de camerabeelden niet bekeken werden, gelet op het duidelijke RAD.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt ook vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing niet gegrond.