KC06/24-0221
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De klacht betreft een voorlopige maatregel (hierna: VM) van 03/09/2024 en een tuchtbeslissing van 06/09/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een VM opgelegd voor ‘het gevaar voor de orde of de veiligheid’. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: uitsluiting alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen niet kon oordelen dat er een gevaar voor de orde of de veiligheid was. De maatregel heeft een bestraffend karakter. De directie kon de VM niet opleggen. In casu was er geen sprake van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Dit wordt ook niet correct gemotiveerd door de directie. Wat betreft de VM is de klacht gegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing :
In het tuchtdossier is een RAD van 03/09/2024 voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 06/09/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager meegedeeld dat hij van zijn werk terugkwam en er een vreemde geur in de cel hing. Hij vertrok na de middagpauze terug naar zijn werk en bij zijn terugkomst werd hij
onderworpen aan een naaktfouille. Blijkbaar zouden er drugs gevonden zijn in hun toilet en hebben de drie celgenoten een voorlopige maatregel opgelegd gekregen. Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten niet bewezen kon achten. Er werd een tuchtsanctie aan klager opgelegd op basis van een dossier dat geen steek houdt. Het RAD, de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie vertonen incoherenties.
Uit het tuchtdossier blijkt dat een ex-celgenoot van klager verklaart dat hij klager met verboden middelen in zijn handen heeft gezien. Terwijl in het verweer van de directie deze verklaart dat: “Nadat betrokkene terugkwam van het werk, werd hij betrapt in de badkamer toen hij 2 bollen verboden substantie in zijn handen had in de badkamer. Dit werd vastgesteld door de ploegchef die door de spion van de badkamer keek”.
De klachtencommissie kan in het tuchtdossier geen enkel bewijs terugvinden van deze verklaringen van de ploegchef. Naar de verklaringen van de ploegchef wordt ook niet verwezen in de motivering van de tuchtbeslissing. De directie verwijst in haar motivering van de tuchtbeslissing daarentegen wel naar een verklaring van een ex-celgenoot van klager, die zelf geen tuchtsanctie opgelegd heeft gekregen….
Op de zitting van 27/09/2024 heeft de directie nogmaals verklaard dat de ploegchef dit effectief heeft waargenomen, maar nogmaals kon zij dit niet ondersteunen a.d.h.v. een schriftelijk bewijsstuk. De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de feitenvinding door de directie niet zorgvuldig gebeurde. De tuchtbeslissing is onwettig.
De klacht betreft een voorlopige maatregel (hierna: VM) van 03/09/2024 en een tuchtbeslissing van 06/09/2024 van de directie van de gevangenis.
Wat betreft de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een VM opgelegd voor ‘het gevaar voor de orde of de veiligheid’. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: uitsluiting alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De klachtencommissie meent dat de directie op basis van voormelde vaststellingen niet kon oordelen dat er een gevaar voor de orde of de veiligheid was. De maatregel heeft een bestraffend karakter. De directie kon de VM niet opleggen. In casu was er geen sprake van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Dit wordt ook niet correct gemotiveerd door de directie. Wat betreft de VM is de klacht gegrond.
Wat betreft de tuchtbeslissing :
In het tuchtdossier is een RAD van 03/09/2024 voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 06/09/2024. Tijdens deze tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager meegedeeld dat hij van zijn werk terugkwam en er een vreemde geur in de cel hing. Hij vertrok na de middagpauze terug naar zijn werk en bij zijn terugkomst werd hij
onderworpen aan een naaktfouille. Blijkbaar zouden er drugs gevonden zijn in hun toilet en hebben de drie celgenoten een voorlopige maatregel opgelegd gekregen. Op basis van het RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuk: “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten niet bewezen kon achten. Er werd een tuchtsanctie aan klager opgelegd op basis van een dossier dat geen steek houdt. Het RAD, de motivering van de tuchtbeslissing en het verweer van de directie vertonen incoherenties.
Uit het tuchtdossier blijkt dat een ex-celgenoot van klager verklaart dat hij klager met verboden middelen in zijn handen heeft gezien. Terwijl in het verweer van de directie deze verklaart dat: “Nadat betrokkene terugkwam van het werk, werd hij betrapt in de badkamer toen hij 2 bollen verboden substantie in zijn handen had in de badkamer. Dit werd vastgesteld door de ploegchef die door de spion van de badkamer keek”.
De klachtencommissie kan in het tuchtdossier geen enkel bewijs terugvinden van deze verklaringen van de ploegchef. Naar de verklaringen van de ploegchef wordt ook niet verwezen in de motivering van de tuchtbeslissing. De directie verwijst in haar motivering van de tuchtbeslissing daarentegen wel naar een verklaring van een ex-celgenoot van klager, die zelf geen tuchtsanctie opgelegd heeft gekregen….
Op de zitting van 27/09/2024 heeft de directie nogmaals verklaard dat de ploegchef dit effectief heeft waargenomen, maar nogmaals kon zij dit niet ondersteunen a.d.h.v. een schriftelijk bewijsstuk. De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de feitenvinding door de directie niet zorgvuldig gebeurde. De tuchtbeslissing is onwettig.