KC06/24-0272
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan.
Klager stelt dat hij niet gehoord zou zijn door de directie omdat die niet is ingegaan op de vraag om de gedetineerde te horen van wie hij de verboden substantie ontvangen heeft. Volgens hem zou ze daarmee geen rekening zijn gehouden met een element dat in zijn voordeel speelt.
De klachtencommissie volgt dit standpunt niet. De tuchtinbreuk die ten laste wordt gelegd gaat om het ‘bezit’ van verboden substanties. Klager gaf op de tuchtzitting toe dat hij het aannam en kennis had van de inhoud. Daarnaast gaf klager ook tijdens de tuchtzitting toe dat hij de aangetroffen substantie gebruikt heeft. Aldus stond het bezit voldoende vast. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen.
Klager kreeg voor deze inbreuk het maximum van 30 dagen ATV. Het is niet de eerste maal dat klager gesanctioneerd wordt voor drugsbezit om die reden zijn de 30 dagen ATV op zijn plaats.
De klacht is ongegrond.
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan.
Klager stelt dat hij niet gehoord zou zijn door de directie omdat die niet is ingegaan op de vraag om de gedetineerde te horen van wie hij de verboden substantie ontvangen heeft. Volgens hem zou ze daarmee geen rekening zijn gehouden met een element dat in zijn voordeel speelt.
De klachtencommissie volgt dit standpunt niet. De tuchtinbreuk die ten laste wordt gelegd gaat om het ‘bezit’ van verboden substanties. Klager gaf op de tuchtzitting toe dat hij het aannam en kennis had van de inhoud. Daarnaast gaf klager ook tijdens de tuchtzitting toe dat hij de aangetroffen substantie gebruikt heeft. Aldus stond het bezit voldoende vast. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk bewezen.
Klager kreeg voor deze inbreuk het maximum van 30 dagen ATV. Het is niet de eerste maal dat klager gesanctioneerd wordt voor drugsbezit om die reden zijn de 30 dagen ATV op zijn plaats.
De klacht is ongegrond.