Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0029

Ongegrond Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klachten gaan over twee tuchtbeslissingen van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Over de eerste tuchtbeslissing: de klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager zich schuldig maakte aan de wederrechtelijke ontvreemding van een chocopot en zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die hij niet gerechtigd was te betreden.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct door de directie gevolgd werd. De directie zou aan klager voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.

Over de tweede tuchtbeslissing: gelet op de twee klachten van klager blijkt dat klager op grond van de tuchtbeslissing van 13/01/2025 een tuchtsanctie (ATV) heeft ondergaan van 14/01/2025 t.e.m. 23/01/2025. Vervolgens diende hij conform de tuchtbeslissing van 21/01/2025 een tuchtsanctie (ATV) te ondergaan van 25/01/2025 t.e.m. 03/02/2025. Volgens de klachtencommissie is deze praktijk onwettig.

De klachtencommissie wijst erop dat in een arrest van de Raad van State de draagwijdte van artikel 142 Basiswet verduidelijkt wordt. Deze rechtspraak kan als volgt samengevat worden. Een verlenging (lees: elke verlenging) van een lopende ATV-sanctie ten gevolge van een tijdens deze ATV-sanctie gepleegde inbreuk is onwettig (lees: zelfs wanneer hiermee in totaal 30 dagen ATV niet overschreden worden), behalve wanneer de nieuwe tuchtinbreuk een zware aanslag op de fysieke integriteit uitmaakte. In dat geval mag de sanctie wél verlengd worden en dit tot maximum 45 dagen.

De klachtencommissie is van oordeel dat de ‘techniek’ om tussen twee opeenvolgende afzonderingen in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte een “tijdsruimte” (lees: termijn) van ten minste 48 uren te laten, een kunstgreep is die juist flagrant ingaat tegen de bedoeling van de wetgever om de ingrijpende sanctie van afzondering op beperkte wijze en omzichtig toe te passen. Het artikel 142 van de basiswet wordt op deze manier zinledig gemaakt, aangezien het wordt omzeild door de ATV sanctie op gekunstelde wijze met uitstel op te leggen.

Dergelijke ‘techniek’ aanvaarden zou juist leiden tot misbruik waarbij een gedetineerde tot zelfs meer dan 45 dagen (behoudens een dag of twee tussenpauze) onder ATV zou doorbrengen en dat zelfs voor feiten die geen ‘zware aanslag op de fysieke integriteit’ uitmaken. De klachtencommissie besluit dat de directie een gekunstelde interpretatie van het arrest van de Raad van State hanteert, die geenszins ruimte laat voor de gehanteerde onwettige techniek.

De klachtencommissie stelt tot slot vast dat klager weliswaar hardleers blijkt, doch een andere (dan ATV) sanctie behoorde tot de mogelijkheden om klager te sanctioneren voor deze nieuwe inbreuk. De klacht is bijgevolg gegrond.