Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0041

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Uit het RAD van 25 januari 2025 blijkt hoe klager niet inging op het verzoek van de beambte om te stoppen met snelwandelen. Klager ontkent ook niet dat hij aan het snelwandelen was en dat hij dit verzoek van de beambte niet beantwoord heeft. Hij ontkent alleen dat hem tot 4 keer toe werd gevraagd om hiermee te stoppen. Hij legt bijkomend uit dat hij zijn werk snel wilde afwerken.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de volgende inbreuken:
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;
- het geen gevolg geven aan aanmaningen en de bevelen van het personeel

Hiervoor werd hem een voorwaardelijke sanctie opgelegd van 5 dagen ATV, in zoverre hij zich onthoudt van nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken.

De klachtencommissie is van oordeel de directie er op basis van het RAD redelijkerwijze van kon uit gaan dat er door klager bevelen van een beambte werden genegeerd, wat een tuchtinbreuk van tweede categorie uitmaakt. Klager bracht geen overtuigende tegenindicaties aan die deden twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. Het feit dat hij een aannemelijke uitleg geeft aan zijn gedrag, doet niets af aan het feit dat hij nog steeds bevelen naast zich heeft neergelegd en hiermee ook de regels in het huishoudelijk reglement heeft miskend. Dit werd in die zin ook voldoende in de beslissing gemotiveerd.
De klachtencommissie meent wel dat de veroordeling voor deze inbreuk niet gekoppeld diende te worden aan zijn vluchtverleden, maar louter aan het feit dat hij op het moment van de feiten niet inging op herhaaldelijke verzoeken van een beambte.

Gelet op de motivering van de beslissing, met verwijzing naar het opgestelde RAD ten aanzien van klager, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie de tuchtinbreuken redelijkerwijze als bewezen en toerekenbaar aan klager kon beschouwen. Bovendien acht ze de straftoemeting van een voorwaardelijke tuchtsanctie billijk.

De klacht is ongegrond.