Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0048

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE - MOTIVERING

De klacht betreft de tuchtbeslissing van 5 februari 2025 van de directie van de gevangenis van Dendermonde.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij tijdens een discussie met een medegedetineerde "vuile pedo" en "moordenaar" geroepen heeft. De directie kwalificeerde de feiten als:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden.

Wat betreft de tuchtinbreuk “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”:
In een woord-tegen-woord situatie is het niet onredelijk dat de directie vertrouwt op het woord van haar beambte. Klager ontkende louter dat hij bepaalde dingen geuit heeft. De klachtencommissie is van oordeel dat klager onvoldoende tegenelementen heeft opgeworpen, die twijfel deden ontstaan over het RAD. Indien het RAD voldoende duidelijk is opgesteld en er geen overtuigende tegenindicaties zijn, bestaat er geen enkele verplichting voor de directie om in te gaan op verzoeken tot bijkomende onderzoeksverrichtingen (zoals in casu het bekijken van de camerabeelden).
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie heeft voldaan aan haar zorgvuldigheidsplicht. De feitenvinding gebeurde voldoende zorgvuldig en de directie heeft haar appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze uitgeoefend.
Bovendien geeft klager op de hoorzitting van de klachtencommissie toch toe dat hij bepaalde ‘incorrecte’ dingen geuit heeft. De klachtencommissie is aldus van oordeel dat de directie de tuchtinbreuk redelijkerwijze als bewezen en toerekenbaar aan klager kon beschouwen.

Wat betreft de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”:
De klachtencommissie acht het voldoende bewezen dat klager de uitspraken zoals beschreven in het RAD geuit heeft. In de motivering van de beslissing wordt echter niet voldoende gemotiveerd in welke mate deze verbale uitingen eveneens als een ‘opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ beschouwd dienen te worden. Voor het bewezen achten van deze inbreuk is het niet voldoende dat er bepaalde zaken geuit worden, maar dient ook melding gemaakt te worden van de mentale impact op de persoon aan wie de uitingen gericht werden.
De directie vermeldt kort in haar tuchtbeslissing dat dergelijke uitingen bij de medegedetineerde ‘psychische schade’ opwekt, maar gaat niet verder in op de motivering van deze stelling. De directie maakt bijvoorbeeld geen melding van een verklaring van de medegedetineerde, over hoe hij de uitingen heeft geïnterpreteerd, en of dit voor hem als een bedreiging van zijn psychische integriteit aanvoelde. Dit laatste is iets zeer subjectief. Zonder verdere motivering of bevraging is het voor de klachtencommissie dan ook een raadsel hoe de directie tot deze conclusie kon komen.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op het moment van het nemen van de beslissing niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van deze tuchtinbreuk. De aanwezigheid van een ‘bedreiging van de psychische integriteit’, werd bovendien niet voldoende gemotiveerd. Deze tuchtinbreuk wordt niet weerhouden.

Wat betreft de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”:
De klachtencommissie kan uit het opgestelde RAD namens klager geen feiten van fysieke agressie (of een bedreiging hiermee) afleiden. Het bewijs van deze feiten en de kwalificatie hiervan als ‘fysieke agressie’, wordt evenmin verder gemotiveerd in de tuchtbeslissing.
Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie meldt de directie bovendien dat de toevoeging van deze tuchtinbreuk in de beslissing als materiële fout beschouwd moet worden. Deze tuchtinbreuk wordt aldus niet weerhouden.

Wat betreft de straftoemeting: na de schrapping van de 2 tuchtinbreuken (van de 1ste categorie), bedraagt de sanctie opeens de maximum straf. Dit kon volgens de klachtencommissie niet de bedoeling zijn van de directie. Zij is van oordeel dat de schrapping van 2 tuchtinbreuken van de 1ste categorie logischerwijze de straftoemeting beïnvloedt.

De klacht tegen de tuchtbeslissing is aldus gedeeltelijk gegrond, in die zin dat de kwalificaties de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en ‘opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ niet weerhouden kunnen worden. Daarnaast wordt de tuchtsanctie herleid naar 5 dagen ATV.