KC06/25-0062
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
(1) TUCHT (2) FEITELIJK HANDELEN – PERSONEEL – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Hij schrijft dat hij het gevecht niet eerst is begonnen. Hij heeft zichzelf gewoon verdedigd. Daarnaast schrijft hij dat een bepaalde PBA racistisch is tegenover klager en een medegedetineerde.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij de medegedetineerde in kwestie zou hebben geslagen, terwijl de camerabeelden duidelijk anders aantonen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.
(2) Wat betreft het gedrag van een welbepaalde PBA
De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Hij schrijft dat hij het gevecht niet eerst is begonnen. Hij heeft zichzelf gewoon verdedigd. Daarnaast schrijft hij dat een bepaalde PBA racistisch is tegenover klager en een medegedetineerde.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat hij de medegedetineerde in kwestie zou hebben geslagen, terwijl de camerabeelden duidelijk anders aantonen. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig.
(2) Wat betreft het gedrag van een welbepaalde PBA
De klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.