Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0152

Ongegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - CELMUTATIE - HANDTEKENING - GRONDSLAPEN - ART. 3 EVRM - TEGEMOETKOMING

Klager dient ten eerste klacht in tegen de beslissing tot het opleggen van een VM. Klager werd in een veiligheidscel geplaatst. De klachtencommissie is van oordeel dat het ontbreken van de datum en het uur van aanvang van de VM alsook het ontbreken van enige handtekening of naam, de wettigheid van de beslissing aantast. De eerste klacht is bijgevolg gegrond. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe aan klager van twee extra wandelingen op de individuele wandeling.

Klager dient ten tweede klacht in tegen een tuchtbeslissing, waarbij aan klager 25 dagen ATV werd opgelegd. Klager is het niet eens omdat enkel hij en niet de medegedetineerde die betrokken was bij het gevecht, werd opgeroepen voor de tuchtzitting. Daarnaast is het niet zo dat klager eerst fysiek geweld zou hebben gebruikt (hetgeen ook niet uit het RAD blijkt). In ondergeschikte orde stelt klager dat de 25 dagen ATV minstens disproportioneel waren.
De klachtencommissie meent dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De tuchtsanctie is eveneens wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met fysieke agressie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.

Klager dient ten derde klacht in tegen de beslissing tot celmutatie, waardoor klager op de grond slaapt.
Artikel 3 EVRM verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het EHRM verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel.
De klachtencommissie is van oordeel dat het vermoeden dat de opsluiting in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling in dit geval weerlegd kan worden, gelet op de zeer korte tijd die klager heeft doorgebracht als derde persoon en grondslaper in de cel. In die omstandigheden stelt de klachtencommissie dat er geen sprake is van een schending van artikel 3 EVRM. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.