Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0154

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - MOTIVERING - SANCTIE

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 19 mei 2025 een tuchtsanctie van 7 dagen glasbezoek (volgens de laatste zin van de motivering) dan wel 15 dagen glasbezoek (volgens de tabel en de voorlaatste zin van de motivering) voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet).

In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s van 15 en 16 mei 2025. Ter tuchtzitting brengt klager aan dat hij al langer problemen heeft met een welbepaalde beambte. Hij betwist de gebeurtenissen zoals weergegeven in het RAD en stelt dat hij zelfs fysiek werd aangevallen door de beambte.

De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing gebrekkig op de volgende punten:
- Klager haalt een aantal elementen aan inzake de beambte die door de directie louter worden beschreven in de beslissing. De directie neemt er geen standpunt over in, waardoor het onduidelijk is of klager hierover geloofd wordt.
- De feiten uit de RAD’s worden gekwalificeerd als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). Er wordt daarbij niet gespecificeerd welke uitspraak of uitspraken van klager precies een belediging uitmaakt of uitmaken. Nochtans dient de motivering van de tuchtbeslissing op zichzelf te staan en kan zij niet slechts begrepen worden na het samenlezen ervan met het RAD.
- Klager kreeg een bijzondere tuchtsanctie van glasbezoek (artikel 133, 3° Basiswet) opgelegd. Een bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 Basiswet). Hoewel volgens de klachtencommissie de keuze voor deze bijzondere tuchtsanctie te verantwoorden valt, gelet op het gegeven dat de feiten zich voordeden ter gelegenheid van het naar het bezoek gaan, wordt de keuze voor deze sanctie niet gemotiveerd. Nochtans is dit vereist in het licht van artikel 143 §1 j° artikel 8 Basiswet.

De klacht is gegrond.