TUCHT - MOTIVERING - CAMERABEELDEN
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, opgelegd door de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager vroeg op de tuchtrechtelijke hoorzitting drie keer aan de directie om de camerabeelden te bekijken. De klachtencommissie benadrukt dat er op de directie geen verplichting rust om camerabeelden te bekijken wanneer de gedetineerde hiernaar vraagt, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het rapport aan de directeur.
De klachtencommissie stelt vast dat in de motivering van de tuchtbeslissing ontbreekt op grond van welke bewijselementen en waarom de directie die bewijselementen voldoende vond. Dit is nochtans essentieel alvorens feiten vertaald kunnen worden naar tuchtrechtelijke inbreuken en er een sanctie kan opgelegd worden.
Wat de sanctie zelf betreft, is in de tuchtbeslissing bepaald dat de tuchtsanctie (twintig dagen ATV) werd opgelegd vanaf 19.06.2025 tot en met 08.07.2025. Klager werd al vanaf 15.06.2025 in de voormiddag uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten ingevolge de opgelegde voorlopige maatregel. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. Dit is in dit dossier niet gebeurd.
Gelet op de schending van de motiveringsplicht (artikel 8 van de Basiswet) en de schending van artikel 145, ยง3 van de Basiswet, is de klacht gegrond.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, opgelegd door de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Klager vroeg op de tuchtrechtelijke hoorzitting drie keer aan de directie om de camerabeelden te bekijken. De klachtencommissie benadrukt dat er op de directie geen verplichting rust om camerabeelden te bekijken wanneer de gedetineerde hiernaar vraagt, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het rapport aan de directeur.
De klachtencommissie stelt vast dat in de motivering van de tuchtbeslissing ontbreekt op grond van welke bewijselementen en waarom de directie die bewijselementen voldoende vond. Dit is nochtans essentieel alvorens feiten vertaald kunnen worden naar tuchtrechtelijke inbreuken en er een sanctie kan opgelegd worden.
Wat de sanctie zelf betreft, is in de tuchtbeslissing bepaald dat de tuchtsanctie (twintig dagen ATV) werd opgelegd vanaf 19.06.2025 tot en met 08.07.2025. Klager werd al vanaf 15.06.2025 in de voormiddag uitgesloten van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten ingevolge de opgelegde voorlopige maatregel. De Basiswet voorziet dat wanneer de voorlopige maatregel omgevormd wordt naar een gelijkaardige tuchtsanctie, de tijd van de voorlopige maatregel in mindering van de tuchtsanctie moet worden gebracht. Dit is in dit dossier niet gebeurd.
Gelet op de schending van de motiveringsplicht (artikel 8 van de Basiswet) en de schending van artikel 145, ยง3 van de Basiswet, is de klacht gegrond.