Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0204

Onontvankelijk KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur
MAATREGELEN VAN RECHTSTREEKSE DWANG - TERMIJN

In het voorliggend dossier werd klager “geïmmobiliseerd naar de grond”. Volgens de klachtencommissie betrof deze immobilisatie naar de grond het gebruik van rechtstreekse dwang in de zin van artikel 119, §3 Basiswet.

Aangezien de handhaving van de orde en de veiligheid een verantwoordelijkheid van de directeur is, maakt het aanwenden van rechtstreekse dwang teneinde deze handhaving te verzekeren een beslissing (lees: handeling) namens de directeur uit. Een maatregel van rechtstreekse dwang valt dus in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht.

De klacht dient echter te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen (artikel 150, §5 Basiswet). Een na afloop van de termijn van zeven dagen ingediende klacht kan alsnog ontvankelijk worden verklaard, indien rekening houdend met alle omstandigheden, de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kan worden (artikel 150, §5, tweede lid Basiswet).

Uit het door de directie overgemaakte tuchtdossier blijkt dat het incident waarover klager zich beklaagt zich reeds op 24 mei 2025 voordeed. Klager diende zijn klacht pas in op 27 juni 2025. De klacht werd aldus laattijdig ingediend, zonder dat daarbij werd aangetoond dat klager de klacht zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van hem verlangd kan worden, ingediend heeft.

De klacht is niet-ontvankelijk.