TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In het voorliggend dossier heeft klager op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure aangegeven dat hij wenste te worden bijgestaan door zijn advocaat. De advocate van klager liet weten dat ze niet aanwezig kon zijn. De directie stelt in haar verweer dat er niet om een uitstel werd gevraagd. De klachtencommissie meent nochtans dat de mail van de advocate wel in die zin begrepen moet worden. Bovendien komt klager zijn recht op bijstand niet te vervallen indien de oorspronkelijk door hem gewenste advocaat niet expliciet om een uitstel vraagt. De klachtencommissie stelt in elk geval vast dat klager ter tuchtzitting zélf meermaals om de bijstand van zijn advocaat vroeg. Het is de verantwoordelijkheid van de directie om te zorgen dat het recht op bijstand van een advocaat gewaarborgd wordt voor de gedetineerde. De directie wilde de zitting niet uitstellen, maar bood klager ook geen alternatief aan. De klachtencommissie oordeelt dan ook dat er sprake was van een schending van het recht op bijstand door de advocaat voorzien in artikel 144, §4 Basiswet.
De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing zelf daarenboven gebrekkig op het volgende punt. In het voorliggend dossier bestaat de motivering uit een opsomming van regelgeving. De klachtencommissie wijst erop dat het niet de bedoeling is dat de motivering van een tuchtbeslissing enkel kan begrepen worden door ze samen te lezen met het RAD. De directie dient de feiten die in het RAD werden beschreven in de motivering zelf te hernemen (kort omschrijven) alvorens over te gaan tot de kwalificatie. Enkel op die manier is het duidelijk welke feiten door de directie als bewezen worden beschouwd en welke kwalificatie ze eraan geeft. Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet.
Gelet op de schending van het recht op bijstand van de advocaat en de gebrekkige motivering van de tuchtbeslissing, oordeelt de klachtencommissie dat de klacht gegrond is.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In het voorliggend dossier heeft klager op de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure aangegeven dat hij wenste te worden bijgestaan door zijn advocaat. De advocate van klager liet weten dat ze niet aanwezig kon zijn. De directie stelt in haar verweer dat er niet om een uitstel werd gevraagd. De klachtencommissie meent nochtans dat de mail van de advocate wel in die zin begrepen moet worden. Bovendien komt klager zijn recht op bijstand niet te vervallen indien de oorspronkelijk door hem gewenste advocaat niet expliciet om een uitstel vraagt. De klachtencommissie stelt in elk geval vast dat klager ter tuchtzitting zélf meermaals om de bijstand van zijn advocaat vroeg. Het is de verantwoordelijkheid van de directie om te zorgen dat het recht op bijstand van een advocaat gewaarborgd wordt voor de gedetineerde. De directie wilde de zitting niet uitstellen, maar bood klager ook geen alternatief aan. De klachtencommissie oordeelt dan ook dat er sprake was van een schending van het recht op bijstand door de advocaat voorzien in artikel 144, §4 Basiswet.
De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing zelf daarenboven gebrekkig op het volgende punt. In het voorliggend dossier bestaat de motivering uit een opsomming van regelgeving. De klachtencommissie wijst erop dat het niet de bedoeling is dat de motivering van een tuchtbeslissing enkel kan begrepen worden door ze samen te lezen met het RAD. De directie dient de feiten die in het RAD werden beschreven in de motivering zelf te hernemen (kort omschrijven) alvorens over te gaan tot de kwalificatie. Enkel op die manier is het duidelijk welke feiten door de directie als bewezen worden beschouwd en welke kwalificatie ze eraan geeft. Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet.
Gelet op de schending van het recht op bijstand van de advocaat en de gebrekkige motivering van de tuchtbeslissing, oordeelt de klachtencommissie dat de klacht gegrond is.