KC06/25-0240
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL
Hoewel klager op het klachtenformulier aanduidde dat zijn klacht gericht is tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam, geeft hij geen enkele reden op waarom hij het niet eens zou zijn met de beslissing tot fouillering op het lichaam an sich. Klager gaat in zijn klacht enkel in op de discussie die hij met een beambte had naar aanleiding van de controle van zijn voorwerpen ter gelegenheid van de fouillering op het lichaam. Volgens de klachtencommissie is het voorwerp van de klacht dan ook beperkt tot dit gedrag van het personeelslid dat door klager werd aangekaart.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat het personeelslid tijdens de controle van zijn voorwerpen zijn laatste sigaret kapotgescheurd zou hebben. Toen hij de beambte hierop aansprak, ontkende deze dit gedaan te hebben. Hetgeen klager aankaart, handelt over (vermeend) feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verband gebracht kan worden met een beslissing van de directeur. Klager maakt het ook niet aannemelijk dat hij zich met dit probleem tot de directie wendde, waarna zij een bepaalde beslissing nam of verzuimde een beslissing te nemen. De klachtencommissie kan in de klacht van klager geen beslissing door of namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet ontwaren. De klachtencommissie is overigens niet bevoegd om ten aanzien van beambten tuchtsancties uit te spreken. De klacht is niet-ontvankelijk.
Hoewel klager op het klachtenformulier aanduidde dat zijn klacht gericht is tegen de beslissing tot fouillering op het lichaam, geeft hij geen enkele reden op waarom hij het niet eens zou zijn met de beslissing tot fouillering op het lichaam an sich. Klager gaat in zijn klacht enkel in op de discussie die hij met een beambte had naar aanleiding van de controle van zijn voorwerpen ter gelegenheid van de fouillering op het lichaam. Volgens de klachtencommissie is het voorwerp van de klacht dan ook beperkt tot dit gedrag van het personeelslid dat door klager werd aangekaart.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat het personeelslid tijdens de controle van zijn voorwerpen zijn laatste sigaret kapotgescheurd zou hebben. Toen hij de beambte hierop aansprak, ontkende deze dit gedaan te hebben. Hetgeen klager aankaart, handelt over (vermeend) feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verband gebracht kan worden met een beslissing van de directeur. Klager maakt het ook niet aannemelijk dat hij zich met dit probleem tot de directie wendde, waarna zij een bepaalde beslissing nam of verzuimde een beslissing te nemen. De klachtencommissie kan in de klacht van klager geen beslissing door of namens de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet ontwaren. De klachtencommissie is overigens niet bevoegd om ten aanzien van beambten tuchtsancties uit te spreken. De klacht is niet-ontvankelijk.