TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet), het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De klachtencommissie oordeelt dat de motivering gebrekkig is op het volgende punt. De directie verwijst enkel naar het RAD van 18 augustus 2025, doch herneemt niets over de materiële vaststellingen die daarin gedaan worden. De motivering bevat voorts een loutere opsomming van bepalingen uit de Basiswet en het huishoudelijk reglement. De tuchtbeslissing zelf bevat slechts enkele flarden van hetgeen er gebeurd is, met name in het stuk over de verklaringen tijdens de tuchtzitting: “Tijdens de hoorzitting verklaarde betrokkene dat hij de opmerking over het containerpark heeft gemaakt. Hij heeft uiteindelijk de instructies van de beambte gerespecteerd. Hij ontkent echter dat hij met gebalde vuisten in de persoonlijke ruimte van de beambte heeft gestaan.” Er wordt meerdere malen verwezen naar het gegeven dat klager ook in het verleden moeite had met het opvolgen van instructies. Nergens worden de feiten echter duidelijk uiteen gezet. De directie vermeldt met name niet welke instructie klager niet gevolgd heeft.
Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet), de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet), het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De klachtencommissie oordeelt dat de motivering gebrekkig is op het volgende punt. De directie verwijst enkel naar het RAD van 18 augustus 2025, doch herneemt niets over de materiële vaststellingen die daarin gedaan worden. De motivering bevat voorts een loutere opsomming van bepalingen uit de Basiswet en het huishoudelijk reglement. De tuchtbeslissing zelf bevat slechts enkele flarden van hetgeen er gebeurd is, met name in het stuk over de verklaringen tijdens de tuchtzitting: “Tijdens de hoorzitting verklaarde betrokkene dat hij de opmerking over het containerpark heeft gemaakt. Hij heeft uiteindelijk de instructies van de beambte gerespecteerd. Hij ontkent echter dat hij met gebalde vuisten in de persoonlijke ruimte van de beambte heeft gestaan.” Er wordt meerdere malen verwezen naar het gegeven dat klager ook in het verleden moeite had met het opvolgen van instructies. Nergens worden de feiten echter duidelijk uiteen gezet. De directie vermeldt met name niet welke instructie klager niet gevolgd heeft.
Gelet op deze tekortkoming oordeelt de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing niet voldoet aan artikel 144, §6, tweede lid j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.