KC06/25-0282
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - SCHADE - KLACHTENPROCEDURE
Op de zitting werd duidelijk dat de directie de beslissing van de klachtencommissie niet kon opvolgen ten gevolge van de wispelturige houding van klager. Hierdoor was het voor de directie niet duidelijk of klager nu een monocel of duocel wenste. Klager verhuisde verschillende keren van de duocel naar een monocel en omgekeerd. Dat de directie tegemoet wou komen aan zijn wensen en dit rekening houdend met de moeilijke omstandigheden van overbevolking toont niet aan dat de directie verzuimd of geweigerd heeft gevolg te geven aan de beslissing van de klachtencommissie. De klacht is niet gegrond.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat klager een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid vormde. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “plaatsing op een beveiligde cel + uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op de feiten kon de directie beslissen dat er sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot het nemen van een voorlopige maatregel verantwoord. De voorlopige maatregel heeft geen bestraffend karakter. De beslissing is ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht tegen de voorlopige maatregel is bijgevolg ongegrond.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de directie geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties.
De klachtencommissie herhaalt nochtans het ingrijpende karakter van een onderzoek aan het lichaam. De fouillering op het lichaam laat immers toe de gedetineerde te verplichten om zich uit te kleden tot op het lichaam en de openingen en de holten van het lichaam uitwendig te schouwen. Gelet op de invasieve aard van de maatregel, was het de bedoeling van de wetgever om grenzen te stellen aan de vage praktijk van naaktfouilles die verder ging dan eigenlijk toelaatbaar was.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 02/10/2025 niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond.
Klager verklaart dat een aantal persoonlijke spullen schade hebben opgelopen. Op de zitting gaf klager zijn advocaat dat hij niet kan bevestigen dat klager een formulier zaakschade heeft ingediend. De directie geeft eveneens aan hier geen kennis van te hebben. De klachtencommissie kan in de klacht van klager dan ook geen klacht tegen een beslissing of verzuim van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet ontwaren. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.
Op de zitting werd duidelijk dat de directie de beslissing van de klachtencommissie niet kon opvolgen ten gevolge van de wispelturige houding van klager. Hierdoor was het voor de directie niet duidelijk of klager nu een monocel of duocel wenste. Klager verhuisde verschillende keren van de duocel naar een monocel en omgekeerd. Dat de directie tegemoet wou komen aan zijn wensen en dit rekening houdend met de moeilijke omstandigheden van overbevolking toont niet aan dat de directie verzuimd of geweigerd heeft gevolg te geven aan de beslissing van de klachtencommissie. De klacht is niet gegrond.
De directie heeft een voorlopige maatregel opgelegd omdat zij van oordeel was dat klager een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid vormde. De volgende voorlopige maatregel werd genomen: “plaatsing op een beveiligde cel + uitsluiting van deelname aan alle gemeenschappelijke activiteiten”.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op de feiten kon de directie beslissen dat er sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot het nemen van een voorlopige maatregel verantwoord. De voorlopige maatregel heeft geen bestraffend karakter. De beslissing is ook niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht tegen de voorlopige maatregel is bijgevolg ongegrond.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de motivering van de directie geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties.
De klachtencommissie herhaalt nochtans het ingrijpende karakter van een onderzoek aan het lichaam. De fouillering op het lichaam laat immers toe de gedetineerde te verplichten om zich uit te kleden tot op het lichaam en de openingen en de holten van het lichaam uitwendig te schouwen. Gelet op de invasieve aard van de maatregel, was het de bedoeling van de wetgever om grenzen te stellen aan de vage praktijk van naaktfouilles die verder ging dan eigenlijk toelaatbaar was.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 02/10/2025 niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond.
Klager verklaart dat een aantal persoonlijke spullen schade hebben opgelopen. Op de zitting gaf klager zijn advocaat dat hij niet kan bevestigen dat klager een formulier zaakschade heeft ingediend. De directie geeft eveneens aan hier geen kennis van te hebben. De klachtencommissie kan in de klacht van klager dan ook geen klacht tegen een beslissing of verzuim van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet ontwaren. De klacht is om deze redenen niet-ontvankelijk.