TUCHT - BEWIJS - KWALIFICATIE - SANCTIE
Klager heeft klacht ingediend tegen twee tuchtbeslissingen. Klager werd eerst tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde (tuchtinbreuk eerste categorie), het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (tuchtinbreuken tweede categorie).
De directie heeft zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken gesteund op twee rapporten aan de directeur (RAD) en op de uitgebreide verklaringen van klager zoals afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzittingen. Op basis van de verklaringen van klager concludeert de klachtencommissie dat klager eigenlijk louter één vaststelling betwist, maar ook enkele feiten toegeeft. De klachtencommissie is van oordeel dat de personeelsleden hun vaststellingen uitgebreid en gedetailleerd hebben genoteerd in de rapporten. Er is ook telkens een getuige van de feiten vermeld in het RAD. De klachtencommissie ziet dan ook geen redenen om aan te nemen dat de betwiste vaststelling niet zou overeenstemmen met de realiteit. Met betrekking tot de kwalificatie van de feiten meent de klachtencommissie dat er een materiële vergissing is gebeurd bij de opmaak van de tuchtbeslissing aangezien de kwalificatie van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen niet voorkomt in de motivering van de tuchtbeslissing maar werd vervangen door de kwalificatie van het beledigen van personen. De klachtencommissie meent dat deze kwalificatie overeenstemt met het feit dat klager een beambte mierenneuker heeft genoemd. De klachtencommissie meent dat deze vergissing niet tot gevolg heeft dat de tuchtbeslissing onwettig is. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van een effectieve sanctie van vijftien dagen ATV en een voorwaardelijke sanctie van vijftien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie wettig, redelijk en billijk was gelet op de tien vermeldingen van geluidsoverlast wegens luide muziek in de observatiefiche van klager. Klager blijkt bijzonder hardleers. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager werd in de tweede bestreden tuchtbeslissing gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort, allebei tuchtinbreuken van tweede categorie. De directie heeft zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken gesteund op het RAD en op de verklaring van klager zoals afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet ontkent dat zijn muziek te luid stond aangezien hij die stiller heeft gezet. Samen met de directie en het personeel stelt de klachtencommissie verder vast dat klager voortdurend de nachtrust van medegedetineerden verstoort gelet op de 13 meldingen hierover in zijn observatiefiche én de eerste bestreden tuchtbeslissing. Twee dagen na het oplopen van een effectieve én voorwaardelijke tuchtsanctie, slaagt klager er opnieuw in om
hiervoor een RAD op te lopen. Het probleem ligt niet bij één bovenbuur. Het probleem ligt bij klager die weigert zich te conformeren en een manifest gebrek aan respect heeft voor de nachtrust van anderen. De klachtencommissie besluit dat de feiten zijn bewezen in hoofde van klager en dat deze correct werden gekwalificeerd. Op het vlak van de straftoemeting, stelt de klachtencommissie vast dat klager zowel vijftien dagen ATV heeft gekregen als drie nachten verblijven in de strafcel. Artikel 143, §3, eerste lid van de Basiswet stelt dat de tuchtsancties afzonderlijk of cumulatief kunnen worden opgelegd, met uitzondering van de tuchtsanctie van opsluiting in een strafcel en ATV die alleen kunnen worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties.
Binnen dezelfde tuchtprocedure kan ATV én verblijf in de strafcel dus niet opgelegd worden. De klachtencommissie is echter van oordeel dat artikel 143, §3, eerste lid van de Basiswet niet is geschonden aangezien de vijftien dagen ATV een tuchtsanctie betreft die in een eerdere tuchtprocedure, voorwaardelijk, werd opgelegd en thans uitvoerbaar is geworden. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager heeft klacht ingediend tegen twee tuchtbeslissingen. Klager werd eerst tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde (tuchtinbreuk eerste categorie), het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (tuchtinbreuken tweede categorie).
De directie heeft zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken gesteund op twee rapporten aan de directeur (RAD) en op de uitgebreide verklaringen van klager zoals afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzittingen. Op basis van de verklaringen van klager concludeert de klachtencommissie dat klager eigenlijk louter één vaststelling betwist, maar ook enkele feiten toegeeft. De klachtencommissie is van oordeel dat de personeelsleden hun vaststellingen uitgebreid en gedetailleerd hebben genoteerd in de rapporten. Er is ook telkens een getuige van de feiten vermeld in het RAD. De klachtencommissie ziet dan ook geen redenen om aan te nemen dat de betwiste vaststelling niet zou overeenstemmen met de realiteit. Met betrekking tot de kwalificatie van de feiten meent de klachtencommissie dat er een materiële vergissing is gebeurd bij de opmaak van de tuchtbeslissing aangezien de kwalificatie van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen niet voorkomt in de motivering van de tuchtbeslissing maar werd vervangen door de kwalificatie van het beledigen van personen. De klachtencommissie meent dat deze kwalificatie overeenstemt met het feit dat klager een beambte mierenneuker heeft genoemd. De klachtencommissie meent dat deze vergissing niet tot gevolg heeft dat de tuchtbeslissing onwettig is. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van een effectieve sanctie van vijftien dagen ATV en een voorwaardelijke sanctie van vijftien dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie wettig, redelijk en billijk was gelet op de tien vermeldingen van geluidsoverlast wegens luide muziek in de observatiefiche van klager. Klager blijkt bijzonder hardleers. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.
Klager werd in de tweede bestreden tuchtbeslissing gesanctioneerd wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen en het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort, allebei tuchtinbreuken van tweede categorie. De directie heeft zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken gesteund op het RAD en op de verklaring van klager zoals afgelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie stelt vast dat klager niet ontkent dat zijn muziek te luid stond aangezien hij die stiller heeft gezet. Samen met de directie en het personeel stelt de klachtencommissie verder vast dat klager voortdurend de nachtrust van medegedetineerden verstoort gelet op de 13 meldingen hierover in zijn observatiefiche én de eerste bestreden tuchtbeslissing. Twee dagen na het oplopen van een effectieve én voorwaardelijke tuchtsanctie, slaagt klager er opnieuw in om
hiervoor een RAD op te lopen. Het probleem ligt niet bij één bovenbuur. Het probleem ligt bij klager die weigert zich te conformeren en een manifest gebrek aan respect heeft voor de nachtrust van anderen. De klachtencommissie besluit dat de feiten zijn bewezen in hoofde van klager en dat deze correct werden gekwalificeerd. Op het vlak van de straftoemeting, stelt de klachtencommissie vast dat klager zowel vijftien dagen ATV heeft gekregen als drie nachten verblijven in de strafcel. Artikel 143, §3, eerste lid van de Basiswet stelt dat de tuchtsancties afzonderlijk of cumulatief kunnen worden opgelegd, met uitzondering van de tuchtsanctie van opsluiting in een strafcel en ATV die alleen kunnen worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties.
Binnen dezelfde tuchtprocedure kan ATV én verblijf in de strafcel dus niet opgelegd worden. De klachtencommissie is echter van oordeel dat artikel 143, §3, eerste lid van de Basiswet niet is geschonden aangezien de vijftien dagen ATV een tuchtsanctie betreft die in een eerdere tuchtprocedure, voorwaardelijk, werd opgelegd en thans uitvoerbaar is geworden. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk, maar ongegrond.