KC06/26-0010
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
FEITELIJK HANDELEN - TUCHT
De klachten gaan over het feitelijk handelen van een directielid en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een directielid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, daarbovenop een voorwaardelijke tuchtsanctie van 10 dagen ATV gedurende de periode van één maand, opgelegd voor de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie benadrukt dat het negeren van de aanmaning van de beambte plaatsvond in een context waarin het voor klager niet duidelijk was of zijn gedrag al dan niet met de Basiswet in overeenstemming was. Het negeren van het bevel van de beambte had geen enkel gevolg voor de veiligheid in de gevangenis. Het verstoorde alleen de orde in de verhouding tussen klager en een directielid. De handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting rechtvaardigde manifest geen tuchtvervolging, noch was de tuchtvervolging redelijkerwijze het enige middel om de orde in de inrichting te verzekeren. In de gegeven omstandigheden was het opstarten van de tuchtrechtelijke vervolging voor het negeren van de aanmaning of het bevel van het personeel onredelijk. Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachten gaan over het feitelijk handelen van een directielid en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Dendermonde.
Over het feitelijk handelen: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een directielid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, daarbovenop een voorwaardelijke tuchtsanctie van 10 dagen ATV gedurende de periode van één maand, opgelegd voor de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie benadrukt dat het negeren van de aanmaning van de beambte plaatsvond in een context waarin het voor klager niet duidelijk was of zijn gedrag al dan niet met de Basiswet in overeenstemming was. Het negeren van het bevel van de beambte had geen enkel gevolg voor de veiligheid in de gevangenis. Het verstoorde alleen de orde in de verhouding tussen klager en een directielid. De handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting rechtvaardigde manifest geen tuchtvervolging, noch was de tuchtvervolging redelijkerwijze het enige middel om de orde in de inrichting te verzekeren. In de gegeven omstandigheden was het opstarten van de tuchtrechtelijke vervolging voor het negeren van de aanmaning of het bevel van het personeel onredelijk. Om deze reden is de klacht gegrond.