KC06/26-0012
Gegrond
KC - Dendermonde
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - HANDTEKENING - UITVOERING - TEGEMOETKOMING
De beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam is een beslissing van de directeur. De klacht werd verder tijdig ingediend en nauwkeurig omschreven.
Klager dient eveneens een klacht in tegen de wijze waarop de beslissing tot fouillering op het lichaam werd uitgevoerd. Het klachtenrecht strekt zich ook uit tot de uitvoering van een beslissing van de directie, zoals het Grondwettelijk Hof heeft bevestigd in zijn antwoord op twee prejudiciële vragen gesteld door de Nederlandstalige beroepscommissie.
De klacht is ontvankelijk.
Een klacht is gegrond wanneer de klachtencommissie van oordeel is dat de bestreden beslissing:
1. in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of
2. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.
Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouillering schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouillering heeft plaatsgevonden.
In dit geval voert klager enerzijds aan dat hij de schriftelijke beslissing inzake de naaktfouillering niet heeft ontvangen. De directie stelt in haar verweer dat niet meer kan worden nagegaan of de beslissing daadwerkelijk aan klager werd overhandigd. Zij merkt daarbij echter op dat de beslissing geen handtekening van klager bevat. Indien klager had geweigerd om de beslissing te ondertekenen, had dit uitdrukkelijk op het document moeten worden vermeld. De directie volgt klager dan ook in zijn klacht.
De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de beslissing tot naaktfouillering niet voldoet aan de vereiste van artikel 108, § 2 van de Basiswet, aangezien bij gebrek aan een handtekening niet kan worden vastgesteld of de beslissing daadwerkelijk werd bezorgd.
Omdat daarmee een bepaling van de Basiswet werd geschonden, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt om die reden de beslissing tot naaktfouillering.
Nu de oorspronkelijke beslissing wordt vernietigd, acht de klachtencommissie het niet langer noodzakelijk zich uit te spreken over de wijze waarop de naaktfouillering werd uitgevoerd.
Aangezien de onwettige naaktfouillering inmiddels heeft plaatsgevonden, zijn de voorwaarden voor de toekenning van een compensatie vervuld. Klager verzoekt een extra wandeling. De klachtencommissie kent deze compensatie toe. Uit het mailverkeer blijkt echter dat dit eerder reeds proactief aan klager werd aangeboden, maar dat hij dit aanbod toen heeft geweigerd.
De beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam is een beslissing van de directeur. De klacht werd verder tijdig ingediend en nauwkeurig omschreven.
Klager dient eveneens een klacht in tegen de wijze waarop de beslissing tot fouillering op het lichaam werd uitgevoerd. Het klachtenrecht strekt zich ook uit tot de uitvoering van een beslissing van de directie, zoals het Grondwettelijk Hof heeft bevestigd in zijn antwoord op twee prejudiciële vragen gesteld door de Nederlandstalige beroepscommissie.
De klacht is ontvankelijk.
Een klacht is gegrond wanneer de klachtencommissie van oordeel is dat de bestreden beslissing:
1. in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of
2. bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.
Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouillering schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouillering heeft plaatsgevonden.
In dit geval voert klager enerzijds aan dat hij de schriftelijke beslissing inzake de naaktfouillering niet heeft ontvangen. De directie stelt in haar verweer dat niet meer kan worden nagegaan of de beslissing daadwerkelijk aan klager werd overhandigd. Zij merkt daarbij echter op dat de beslissing geen handtekening van klager bevat. Indien klager had geweigerd om de beslissing te ondertekenen, had dit uitdrukkelijk op het document moeten worden vermeld. De directie volgt klager dan ook in zijn klacht.
De klachtencommissie besluit bijgevolg dat de beslissing tot naaktfouillering niet voldoet aan de vereiste van artikel 108, § 2 van de Basiswet, aangezien bij gebrek aan een handtekening niet kan worden vastgesteld of de beslissing daadwerkelijk werd bezorgd.
Omdat daarmee een bepaling van de Basiswet werd geschonden, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt om die reden de beslissing tot naaktfouillering.
Nu de oorspronkelijke beslissing wordt vernietigd, acht de klachtencommissie het niet langer noodzakelijk zich uit te spreken over de wijze waarop de naaktfouillering werd uitgevoerd.
Aangezien de onwettige naaktfouillering inmiddels heeft plaatsgevonden, zijn de voorwaarden voor de toekenning van een compensatie vervuld. Klager verzoekt een extra wandeling. De klachtencommissie kent deze compensatie toe. Uit het mailverkeer blijkt echter dat dit eerder reeds proactief aan klager werd aangeboden, maar dat hij dit aanbod toen heeft geweigerd.