TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. Uit het eerste RAD blijkt dat het personeel bij het betreden van de cel van klager en zijn celgenoot een druggeur waarnam. Klager bevond zich op dat moment in de badkamer. Toen de beambte de deur opende, zag hij klager op het toilet zitten met zijn broek aan, hing er rook en stond de douche aan. Klager sloot echter vrij snel de deur opnieuw. Drie dagen later werd een tweede RAD opgemaakt omdat tijdens het toezicht op de wandeling werd vastgesteld dat klager iets wegmoffelde in zijn broek. Tijdens de daaropvolgende naaktfouille werd een verpakking met drugs gevonden tussen de billen van klager. Gelet op de ontegensprekelijk vondst van drugs op het lichaam van klager en zijn bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat hij omwille van stress een joint had gerookt, acht de klachtencommissie de feiten bewezen waardoor de directie de tuchtinbreuken terecht heeft weerhouden. Klager lijkt dan ook enkel de opgelegde tuchtsanctie te betwisten. Volgens hem worden andere gedetineerden die met een grotere hoeveelheid worden gepakt, minder zwaar bestraft. De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient weliswaar enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De directie heeft in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd waarom zij deze sanctie heeft opgelegd. Klager heeft zich tijdens de naaktfouille niet meewerkend opgesteld en heeft de verpakking van tussen zijn billen slechts willen afgeven op het moment dat de politie er bijna was. Bovendien is het niet eerste keer dat klager in verband wordt gebracht met het bezit van drugs zo blijkt uit zijn tuchtregister en observatiefiche. Gelet op deze elementen meent de klachtencommissie dat de directie terecht deze sanctie heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. Uit het eerste RAD blijkt dat het personeel bij het betreden van de cel van klager en zijn celgenoot een druggeur waarnam. Klager bevond zich op dat moment in de badkamer. Toen de beambte de deur opende, zag hij klager op het toilet zitten met zijn broek aan, hing er rook en stond de douche aan. Klager sloot echter vrij snel de deur opnieuw. Drie dagen later werd een tweede RAD opgemaakt omdat tijdens het toezicht op de wandeling werd vastgesteld dat klager iets wegmoffelde in zijn broek. Tijdens de daaropvolgende naaktfouille werd een verpakking met drugs gevonden tussen de billen van klager. Gelet op de ontegensprekelijk vondst van drugs op het lichaam van klager en zijn bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat hij omwille van stress een joint had gerookt, acht de klachtencommissie de feiten bewezen waardoor de directie de tuchtinbreuken terecht heeft weerhouden. Klager lijkt dan ook enkel de opgelegde tuchtsanctie te betwisten. Volgens hem worden andere gedetineerden die met een grotere hoeveelheid worden gepakt, minder zwaar bestraft. De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient weliswaar enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De directie heeft in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd waarom zij deze sanctie heeft opgelegd. Klager heeft zich tijdens de naaktfouille niet meewerkend opgesteld en heeft de verpakking van tussen zijn billen slechts willen afgeven op het moment dat de politie er bijna was. Bovendien is het niet eerste keer dat klager in verband wordt gebracht met het bezit van drugs zo blijkt uit zijn tuchtregister en observatiefiche. Gelet op deze elementen meent de klachtencommissie dat de directie terecht deze sanctie heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.