TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. Uit het eerste RAD blijkt dat de bezoekster van klager het personeel had ingelicht omdat klager niet meer reageerde. Zij hadden net bezoek gehad. Ook op het personeel reageerde klager niet. Er volgde een medische interventie waarna de directie beslist heeft om klager in functie van zijn eigen veiligheid in de prikkelarme cel te laten verblijven. De volgende dag werd klager in de prikkelarme cel bevraagd door de directie naar de gebeurtenissen van de dag ervoor. In het tweede RAD werd de verklaring van klager hierover opgenomen. Hij bekende dat hij aan zijn bezoekster had gevraagd om GHB binnen te brengen. Gelet op zijn bekentenis zoals blijkt uit het RAD, het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en zijn klacht, acht de klachtencommissie de feiten bewezen waardoor de directie de tuchtinbreuken terecht heeft weerhouden. Klager lijkt dan ook enkel de opgelegde tuchtsanctie te betwisten. Hij vindt deze nogal drastisch. De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient weliswaar enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Bovendien werd de duurtijd van de voorlopige maatregel in rekening gebracht. De tuchtsanctie was dus wettig. De directie heeft in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd waarom zij de maximumsanctie heeft opgelegd. Zij haalt de minimaliserende houding aan van klager, die ook blijkt uit zijn klacht, alsook zijn voorgaanden. Klager heeft een middelenproblematiek die recent nog maar had geleid tot een ziekenhuisopname waarbij klager bijna was overleden. Gelet op deze elementen meent de klachtencommissie dat de directie terecht de maximumsanctie heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie. De aanleiding voor de tuchtrechtelijke veroordeling blijken twee rapporten aan de directeur (RAD) te zijn. Uit het eerste RAD blijkt dat de bezoekster van klager het personeel had ingelicht omdat klager niet meer reageerde. Zij hadden net bezoek gehad. Ook op het personeel reageerde klager niet. Er volgde een medische interventie waarna de directie beslist heeft om klager in functie van zijn eigen veiligheid in de prikkelarme cel te laten verblijven. De volgende dag werd klager in de prikkelarme cel bevraagd door de directie naar de gebeurtenissen van de dag ervoor. In het tweede RAD werd de verklaring van klager hierover opgenomen. Hij bekende dat hij aan zijn bezoekster had gevraagd om GHB binnen te brengen. Gelet op zijn bekentenis zoals blijkt uit het RAD, het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en zijn klacht, acht de klachtencommissie de feiten bewezen waardoor de directie de tuchtinbreuken terecht heeft weerhouden. Klager lijkt dan ook enkel de opgelegde tuchtsanctie te betwisten. Hij vindt deze nogal drastisch. De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient weliswaar enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Bovendien werd de duurtijd van de voorlopige maatregel in rekening gebracht. De tuchtsanctie was dus wettig. De directie heeft in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd waarom zij de maximumsanctie heeft opgelegd. Zij haalt de minimaliserende houding aan van klager, die ook blijkt uit zijn klacht, alsook zijn voorgaanden. Klager heeft een middelenproblematiek die recent nog maar had geleid tot een ziekenhuisopname waarbij klager bijna was overleden. Gelet op deze elementen meent de klachtencommissie dat de directie terecht de maximumsanctie heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.