TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEZOEK
- wat betreft de tuchtbeslissing:
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat klager nergens in zijn klacht de feiten zelf betwist. Klager vraagt enkel om een mildere sanctie wat betreft de ATV en de inperkingen van zijn bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld. Bovendien heeft klager geweigerd om te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting en bijgevolg geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- wat betreft het glas- en virtueel bezoek:
De klachtencommissie is van oordeel dat uit het RAD en uit de motivering van de tuchtbeslissing duidelijk blijkt waarom de directie het noodzakelijk acht voor de orde en veiligheid om het bezoek van klager met zijn broer en zijn moeder voor de periode van drie maanden te beperken naar glas- of virtueel bezoek. Klager werd immers op 20/02/2026 om 06u40 betrapt met vier usb-sticks en een hoeveelheid hasj. Uit de motivering blijkt dat hij na zijn laatste familiaal bezoek met zijn broer en zijn moeder, dat plaatsvond op 19/02/2026, geen contact meer heeft gehad met andere gedetineerden. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat, hoewel klager in zijn klacht stelt dat hij de verboden voorwerpen en substanties reeds voordien in zijn bezit had, de directie inderdaad mag aannemen dat hij deze via het familiaal bezoek heeft verkregen en hiermee niet alleen de bezoekregeling niet heeft nageleefd, maar er ook een ernstig gevaar is voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 60, § 3 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- wat betreft de tuchtbeslissing:
De klachtencommissie stelt vooreerst vast dat klager nergens in zijn klacht de feiten zelf betwist. Klager vraagt enkel om een mildere sanctie wat betreft de ATV en de inperkingen van zijn bezoek. De klachtencommissie is van oordeel dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld. Bovendien heeft klager geweigerd om te verschijnen op de tuchtrechtelijke hoorzitting en bijgevolg geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten deze tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van dertig dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
- wat betreft het glas- en virtueel bezoek:
De klachtencommissie is van oordeel dat uit het RAD en uit de motivering van de tuchtbeslissing duidelijk blijkt waarom de directie het noodzakelijk acht voor de orde en veiligheid om het bezoek van klager met zijn broer en zijn moeder voor de periode van drie maanden te beperken naar glas- of virtueel bezoek. Klager werd immers op 20/02/2026 om 06u40 betrapt met vier usb-sticks en een hoeveelheid hasj. Uit de motivering blijkt dat hij na zijn laatste familiaal bezoek met zijn broer en zijn moeder, dat plaatsvond op 19/02/2026, geen contact meer heeft gehad met andere gedetineerden. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat, hoewel klager in zijn klacht stelt dat hij de verboden voorwerpen en substanties reeds voordien in zijn bezit had, de directie inderdaad mag aannemen dat hij deze via het familiaal bezoek heeft verkregen en hiermee niet alleen de bezoekregeling niet heeft nageleefd, maar er ook een ernstig gevaar is voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie is van oordeel dat de ordemaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 60, § 3 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.