Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0050

Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Andere beslissing directeur Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - BEZOEK

-Wat betreft de bijzondere veiligheidsmaatregel:

De klachtencommissie beoordeelt deze verlenging, hoewel zij voortbouwt op een BVM, waarvan de onwettigheid werd vastgesteld. Volgens de klachtencommissie moet de verlenging echter worden beschouwd als een nieuwe beslissing, aangezien er op het ogenblik van de verlenging nog steeds aanwijzingen bestonden voor een gevaar voor de veiligheid en er bovendien een bijkomend element was opgedoken.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie het RAD terecht als een nieuw element heeft beschouwd. Op basis hiervan kon de directie redelijkerwijs besluiten dat opnieuw sprake was van een gevaar voor de brandveiligheid en, bijkomend, voor de orde binnen de inrichting. In dat RAD staat vermeld dat klager tijdens de eerdere BVM opnieuw een sok over een brandmelder heeft geplaatst, zijnde dezelfde gedraging, die aanleiding gaf tot het opleggen van de eerste BVM. Deze nieuwe vaststelling vormt een nieuw feit dat de BVM kan rechtvaardigen.

De klachtencommissie stelt vast dat de directie tegelijkertijd een ATV en een onderbrenging in een beveiligde cel heeft opgelegd. De directie dient echter duidelijk aan te geven welke maatregel zij noodzakelijk acht om het vastgestelde veiligheidsrisico te ondervangen en om welke redenen. Het volstaat niet om enerzijds een zeer ingrijpende maatregel op te leggen (waarbij bovendien reeds wordt voorzien dat de gedetineerde naar een gewone cel kan terugkeren indien de directie dit mogelijk acht) en anderzijds eveneens een ATV op te leggen. Een dergelijke combinatie maakt onvoldoende duidelijk welke maatregel precies wordt opgelegd. Bovendien heeft zij tot gevolg dat een ATV binnen de termijn van de opgelegde BVM naar een verblijf in een beveiligde cel kan worden verzwaard, louter op basis van het oordeel van de directie en zonder dat daarvoor een afzonderlijke, gemotiveerde beslissing vereist is. In dit geval had de directie moeten kiezen voor één van beide maatregelen (hetzij een ATV, hetzij een plaatsing in een beveiligde cel met de mogelijkheid tot terugkeer naar een gewone cel indien de directie dit verantwoord acht) en moeten motiveren waarom die maatregel noodzakelijk was.

Om deze redenen is de klacht gegrond.

De klachtencommissie vernietigt de BVM.

-Wat betreft het binnenhuisbezoek met zijn broer:

Het feit dat klager geen binnenhuisbezoek van zijn broer kan ontvangen, is een rechtstreeks gevolg van de BVM, die door de directeur werd opgelegd. Aangezien de klacht gericht is tegen de gevolgen van de door de directeur opgelegde BVM, valt zij binnen de bevoegdheid van de klachtencommissie.

De klacht is ontvankelijk.

Aangezien hij als gevolg van een onwettige BVM geen binnenhuisbezoek heeft kunnen ontvangen van zijn broer, werd hem dit ten onrechte ontzegd.

De klacht is gegrond.