Ga verder naar de inhoud

KC06/26-0059

Ongegrond Onontvankelijk KC - Dendermonde Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM - BEVOEGDHEID - TUCHT

Klager beklaagt zich over de fouillering op het lichaam van 18 februari 2026. Deze beslissing maakte reeds het voorwerp uit van de klacht in dossier KC06/26-0054. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet opnieuw inhoudelijk beoordelen.

Klager beklaagt zich over de voorlopige maatregel van 18 februari 2026. Deze beslissing maakte reeds het voorwerp uit van de klacht in dossier KC06/26-0054. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet opnieuw inhoudelijk beoordelen.

Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Ter tuchtzitting ontkent klager iets in zijn mond gehad te hebben en dit te hebben ingeslikt en verwijst naar de ramadan. Klager geeft ook aan al drie maanden clean te zijn en begeleiding te volgen. Klager geeft aan meegewerkt te hebben en zijn mond opengedaan te hebben. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD voor wat betreft de passage die handelt over de fouillering op het lichaam en meer bepaald de controle van de mondholte. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie deze feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is, aangezien aan klager gevraagd werd zijn mond te openen, waarbij hij de linkerbovenzijde van zijn mond niet toonde. Na aanmaning toonde hij opnieuw slechts gedeeltelijk het mondslijmvlies, waarbij een klein stukje van een witte verpakking zichtbaar werd. Toen hem werd gevraagd dit voorwerp uit de mond te verwijderen, sloot hij zijn mond en maakte hij een slikbeweging. Daarna toonde hij zonder bezwaar zijn volledige mondholte. De kwalificatie werd afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie. In geval van een inbreuk van de tweede categorie kan er voor een maximumduur van 15 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg een sanctie van 7 dagen ATV. De klachtencommissie oordeelt dat de sanctie wettelijk en redelijk is. De klacht is ongegrond.